| |
| |
|
|
Tijdens een toevallig gezamenlijk bezoek aan Spanje spoort Juan
Cuquerella (a.k.a. tio (oom)
Quique, a.k.a. padre (pater)
Juan, a.k.a. padre Cuque) Mari en mij aan toch vooral eens naar Peru te
komen.
Hij woont en
werkt er al 40 jaar en wil het ons graag laten zien omdat 'ie het zelf
zo'n
prachtig land vindt.
Omdat we onze
vakanties tot dan toe beperkt hebben tot binnen Europa en
we toch ook wel benieuwd zijn hoe het er daarbuiten uitziet, besluiten
we in 2003 om gevolg te geven aan de aansporingen van tio Quique en
beginnen we met de voorbereidingen. Vrienden van ons hadden enkele
jaren daarvoor al eens (tevergeefs) plannen gemaakt om naar Peru te
gaan en andere vrienden waren er al geweest. Het duurt dan ook niet
lang of
we hebben een exemplaar van de Lonely Planet: Peru en van Insight
Guides: Peru te pakken. Naast de informatie uit deze boeken vinden
we natuurlijk ook op internet veel informatie.
Omdat we maar drie weken in Peru kunnen zijn, willen we de vakantie van
tevoren goed plannen. Ons lijstje met reisdoelen bevat in eerste
instantie Arequipa/Colca Canyon, Cusco/Machu Picchu en Puno/Lago
Titicaca (in oplopende hoogte). Tijdens het uitwerken van de plannen
wijzigt dat lijstje eigenlijk nauwelijks meer.
Tio Quique is zo'n 35 jaar geleden nauw betrokken bij het opzetten van
de school Colegio Valentín Salegui in Yamakai-entsa langs de
rivier río Marañón in het regenwoud in het noorden van Peru en
is er na vele jaren les te hebben gegeven altijd nauw bij betrokken
gebleven.
Omdat hij er al enkele jaren niet meer geweest is, lijkt het
hem erg leuk om daar met ons heen te gaan. Uiteraard willen we deze
buitenkans om het regenwoud te kunnen ervaren met beide handen
aangrijpen. Het feit dat deze school zich ver van alle toeristische
gebieden vandaan bevindt maakt het alleen maar avontuurlijker en wat
ons betreft dus nog aantrekkelijker.
Aanvankelijk is het onze bedoeling in 2004 naar Peru te gaan, maar
door een ongelukkige samenloop van persoonlijke omstandigheden en de
seizoenen in Peru wordt het uiteindelijk 2005. Na bestudering van de
informatie en ruggespraak met tio Quique besluiten we om in mei te
gaan, dat is namelijk de maand tussen het regen- en het
toeristenseizoen in.
De trip naar het regenwoud zal ongeveer een week in beslag nemen,
dus
voor de overige reisdoelen blijven nog twee weken over. Bij het zoeken
op internet naar mogelijkheden hotels en binnenlands vervoer alvast te
bespreken en/of reserveren stuiten we op de website van PeruOnline.
Zij lijken precies te bieden wat wij zoeken: je stelt via 'bouwstenen'
je eigen reis samen en zij regelen het vervoer en de hotels. Daarnaast
bieden ze een aantal standaard rondreizen, welke je overigens
individueel – niet in groepsverband – aflegt. De rondreis Piscos en
posadas sluit precies aan op onze wensen, dus die boeken we.
In een deel van Peru
is het verplicht ingeënt te zijn tegen gele koorts, bovendien gaan we
naar het regenwoud waar ook de malariamug zich ophoudt, dus maken we
een afspraak bij de GGD. Daar krijgen we diverse injecties: gele
koorts, hepatitis A,
herhaling DTP en een recept voor malariatabletten.
Vervolgens brengen we een bezoekje aan de buitensportwinkel voor
geïmpregneerde klamboes,
insectenwerend middel met DEET, lakenzakken (slaapzakken zijn veel te
warm in de jungle), ORS (tegen uitdroging en om de suikers en zouten op
peil te houden bij overmatig vochtverlies), loperamide (stopmiddel voor
noodgevallen) en moneybelts.
Omdat voor mobiele telefonie in Peru de 1900Mhz-band gebruikt wordt en
mijn telefoon die niet ondersteunt, reserveer ik bij Telecom Rentcenter
een telefoon die dat wel doet. Hoewel de dame die mij na de
internet-aanvraag hierover terugbelt aangeeft dat de telefoon het
mogelijk alleen in Lima
zal doen, ben ik er na een onderzoekje op internet van overtuigd dat
'ie het in alle grotere steden van Peru zal doen. Uiteindelijk blijkt
dat ik inderdaad overal bereik heb, behalve – zoals verwacht – in het
regenwoud.
Om vooral veel foto's te kunnen maken verzamel ik alle Compact Flash
kaartjes die m'n collega's kunnen missen. Ook maak ik prints van de
sterrenhemels in Lima en Arequipa, in de hoop de sterrenbeelden van de
zuidelijke hemel te kunnen vinden –
omdat Peru zo dicht bij de evenaar
ligt is het er om zeven uur donker, tijd genoeg dus.
Naar aanleiding van een tip die we gelezen hebben maken we foto's van
paspoorten, verzekeringspapieren en enkele andere belangrijke
documenten en zetten die in een mailbox die we via internet kunnen
benaderen. Mochten de documenten gestolen worden, dan kunnen we op deze
wijze in ieder geval nog aan kopieën komen.
Bij het inpakken twijfelen we tussen het gebruik van de (geleende)
rugzakken en de koffers (met wieltjes). Uiteindelijk kiezen we toch
maar voor de koffers en daar hebben we achteraf geen spijt van. Over
het algemeen is het toch makkelijker een koffer op wieltjes te
vervoeren dan een zware rugzak, behalve die ene keer dat we door wat
los grind moeten ploegen en wat trappen omhoog moeten (in Aguas
Calientes).
We staan om zeven uur op en nemen de Zuidtangent van kwart voor acht
van Haarlem
naar
Schiphol. Hoewel het bij het inchecken op het eerste gezicht een grote
chaos lijkt, valt het uiteindelijk nog redelijk mee. De terminals voor
het elektronisch inchecken staan nogal dicht op elkaar zonder
duidelijke rijen ervoor, dit geeft een nogal chaotische aanblik.
Overigens moesten we na het inchecken alsnog in de rij staan voor het
afgeven van de bagage...
Vervolgens weer helemaal terug naar de grote hal om de gereserveerde
telefoon af te halen. Het zou handiger geweest zijn als we dat eerst
gedaan
hadden, maar we wilden liever zo snel mogelijk inchecken. Geen
wachtenden bij het Rentcenter, dus dat is relatief snel geregeld. Wel
is er wat verwarring over de juiste adapter voor het opladen.
Uiteindelijk krijg ik er eentje mee die in de praktijk inderdaad niet
blijkt te werken... Gelukkig heb ik een adapter kunnen lenen van een
andere reiziger.
Weer terug naar de incheckbalies, achteraan aansluiten bij de
paspoortcontrole en vervolgens door naar de detectiepoortjes en
controle van de handbagage. Als we hier uiteindelijk ook door zijn
meteen maar door naar de gate. Half elf stappen we in en even na elf
uur vertrekken we. Helaas zitten we op de meest ongunstige plekken: de
middelste twee stoelen van de middelste rij van vier stoelen breed
(links is er nog een rij van twee en rechts een rij van drie stoelen
breed).![]()
Na zo'n tien uur, drie kranten, twee films, twee maaltijden en het
doorstaan van vele soorten zweetlucht en jengelende kinderen landen we
op het snikhete Bonaire (ruim 30 graden), alwaar we een tussenstop van
ongeveer een uur maken. Gelukkig is de wachtruimte gekoeld. Vlak voor
de landing zijn er invulformuliertjes van de immigratiedienst van Peru
uitgedeeld, die kunnen we nu mooi even invullen. Niet dat we van plan
zijn in Peru te blijven wonen, maar dat is nu eenmaal verplicht als je
Peru binnen komt.
In een kleine vier uur vliegen we vervolgens van Bonaire naar Lima met
een verse crew, die zich tegen het einde van de reis tooit met
allerhande oranje-versierselen: in Nederland is immers Koninginnedag
inmiddels aangebroken...![]()
Na de landing in Lima kan het lange wachten beginnen: de
paspoortcontrole, de immigratiedienst, de detectiepoortjes en
handbagagescan. Voordeel is wel dat wanneer we eindelijk aan de koffers
toe zijn, deze al op ons liggen te wachten.
Tio Quique wacht ons op en brengt ons naar het eerste hotel: Antigua
Miraflores, een mooi koloniaal huis in de wijk Miraflores.
Hoewel
Miraflores een rustige wijk is, ligt het hotel aan een relatief drukke
straat. Onze kamer bevindt zich op de bovenste verdieping aan de
straatkant. De kamer is erg ruim en ingericht met koloniale meubels. De
tv heeft satelliet-ontvangst, maar we hebben geen tijd gehad om 'm uit
te proberen. Wat het nachtelijk straatrumoer betreft: de meegenomen
oordoppen bewijzen ons goede diensten.
Om drie uur 's nachts zijn we beiden weer klaarwakker: jetlag...
Omdat dit nog wel erg vroeg is doen we ons best om toch nog maar even
verder te slapen tot het een uur of zeven is.
Eigenlijk hebben we vandaag een taxirit door Lima, omdat deze bij de
rondreis van PeruOnline inbegrepen is. Deze zeggen we echter af
omdat tio Quique ons aanbiedt Lima samen met hem te verkennen.
Negen
uur haalt hij ons op en rijden we om te beginnen naar een uitzichtpunt
op een klif
aan de kust. Daarna neemt hij ons mee naar het hoofdkantoor van de
stichting Fe y Alegría, alwaar hij directeur is en leidt ons
rond. Hierna zetten we koers naar het centrum van Lima en parkeren we
de auto op een Playa –
in Spanje betekent dit 'strand', maar in
Peru staat het voor 'parkeerplaats'. Na een wandelingetje over de Plaza
de Armas, gaan we de jezuïetenkerk San Pedro
van binnen
bekijken. Omdat tio Quique hier geen vreemde is, mogen we erin op een
tijdstip waarop de kerk gesloten is voor toeristen.
Het loopt inmiddels tegen enen, dus we besluiten te gaan eten. En nu we
toch in Peru zijn en bovendien aan de kust moeten we natuurlijk aan het
nationale gerecht: ceviche (rauwe vis, uien en pepertjes
gemarineerd in citroensap), gevolgd door een heerlijke gebakken tong.
Vooraf
drinken we de nationale cocktail: pisco sour (druivenlikeur met
citroensap, eiwit en suiker).
We zijn blij dat we hier even rustig kunnen zitten. Het verkeer in
Lima, en naar later blijkt in heel Peru, is namelijk een grote chaos.
Iedereen toetert om het hardst, van voorsorteren hebben ze nog nooit
gehoord en van voorrang geven al helemaal niet. Volgens tio Quique is
er slechts één verkeersregel: Als je tegen het verkeer in rijdt,
doe dat dan heel voorzichtig. Tijdens de nachtelijke ritten valt
bovendien op dat iedereen weliswaar z'n lichten aan doet, maar lampen
die stuk zijn worden natuurlijk niet vervangen, je hebt toch een
claxon?
Verder vertelt tio Quique ons dat het in Lima bijna altijd bewolkt is,
maar vrijwel nooit regent. We hebben geluk: de dagen dat wij in Lima
zijn is het redelijk zonnig.
![]()
Na het eten besteden we de middag, ter voorbereiding op de verdere
reis, in het Museo de la Nacion. Dit interessante museum
bevindt
zich in een afzichtelijke betonnen kolos en bevat keramiek,
gereedschappen, wapens, schilderingen, beeldhouwwerk, textiel, etc. van
de diverse Inca-culturen die Peru rijk geweest is. Ook staan er
maquettes van enkele interessante archeologische sites, onder
andere van de Nasca
Lines en van Machu Picchu.
's Avonds neemt tio Quique ons eerst mee naar een straatje dat naar een
uitzichtpunt over de zee voert. Tijdens onze wandeling worden we
voortdurend aangeklampt door jongens die willen dat we in hun
restaurant komen eten, onze eerste maar helaas zeker niet laatste
ervaring met dit verschijnsel. Jammer genoeg komen we net te laat voor
de zonsondergang. Na teruggewandeld te zijn naar de auto, neemt hij ons
mee naar Centro Comercial Larco-Mar, een zeer Amerikaans
aandoend winkelcentrum. Bij de aaneenschakeling van speelhallen en
fastfood-restaurants hangen vooral veel jongeren rond. Opvallend zijn
de massagestoelen die je her en der tegenkomt met masseuses ernaast en
af en toe een gewillig slachtoffer in de stoel. In een van de
restaurantjes van het winkelcentrum – Cafe Cafe – eten we een
sandwich en mini-pizza.
Omdat we alweer aardig zitten te gapen – zal de jetlag wel zijn – maken
we het niet te laat en brengt tio Quique ons terug naar het hotel. Het
hotel heeft voor de gasten twee computers met internet beschikbaar, dus
we kunnen het thuisfront direct laten weten dat de reis voorspoedig is
verlopen, dat we goed aangekomen zijn en alweer van alles gedaan hebben.
Na een heerlijk ontbijt met sinaasappel- en papayasap, vers fruit
(voornamelijk meloen en papaya), roerei, broodjes met jam en lekkere
koffie (een uitzondering zal later blijken) pakken we de koffers want
vandaag vliegen we naar Arequipa. Omdat we pas om half elf op het
vliegveld hoeven te zijn hebben we alle tijd om het mooi ingerichte
koloniale huis waarin het hotel is gesitueerd eens goed te bekijken. De
meubels zien er in ieder geval erg koloniaal uit, ook zijn er allerlei
ouderwetse huishoudelijke voorwerpen neergezet en enkele van deze
voorwerpen zijn verwerkt tot lamp.
Kwart
over tien worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Bij
de binnenlandse vluchten – die uitgevoerd worden door LAN Peru
– gaan het inchecken, het betalen van de luchthavenbelasting en de
daarop
volgende controles redelijk snel. De
vlucht van Lima naar Arequipa duurt ongeveer anderhalf uur. Tijdens
alle vluchten van LAN Peru krijgen we een bakje met vers fruit,
een klef broodje met ham en kaas in zilverfolie en een stukje cake.
Tijdens de vluchten worden Canadese bananasplit-achtige filmpjes
vertoond.
Tijdens de vlucht heb ik het geluk naast het raampje te zitten en meen
ik een van de langere Nasca-lijnen te zien, maar het kan ook zijn dat
de wens hier de vader van de gedachte was. De diverse canyons
zijn in
ieder geval wel goed te zien.
Na de landing en het inchecken bij hotel La Casa de Melgar
hebben we nog genoeg tijd voor een eerste verkenning van Arequipa. Het
eerste wat ons opvalt is dat de straten gevuld zijn met mini-taxi's,
Deawoo Tico's om precies te zijn, particuliere automobilisten zien we
nauwelijks. Vervoer binnen het centrum met zo'n
taxi kost standaard 2,5 sol – een euro doet ruim vier sol.![]()
Als
we voor het eerst op de Plaza
de Armas komen lijkt het
alsof iedereen staat te wachten op een of andere belangwekkende
gebeurtenis. Dit wordt nog versterkt door het feit dat het hele plein
afgesloten is voor het verkeer. We besluiten zelf dus ook maar even te
wachten op wat komen gaat. Na een half uurtje krijgen we de indruk dat
men niet zozeer staat te wachten op een gebeurtenis, maar dat dit de
manier is waarop men hier de zondagmiddag doorbrengt. Navraag leert
inderdaad dat er niets bijzonders te gebeuren staat...
Omdat we vandaag een verjaardag te vieren hebben gaan we op zoek naar
een
koffietentje met taart. We hoeven niet lang te zoeken: op de hoek van
de Plaza de Armas, tegenover de Iglesia de la Compañia,
staat de chocoladetaart al te lonken in de etalage. Na deze traktatie
bezichtigen we de kathedraal, waarna we terug gaan naar het hotel. De
kamer is groot, donker en kil en heeft tv met satellietontvangst. De
bedden zijn niet zo comfortabel, vooral de kussens zijn erg hard.
's Avonds besluiten we om een ander nationaal gerecht te eten: cuy,
ofwel cavia! Hiertoe gaan we naar Ary Quepay, een fleurig
aangekleed restaurant met veel planten, parkieten (in kooitjes) en live
muziek. Wat ons opvalt is dat de serveersters allemaal een
walkie-talkie aan hun riem hebben hangen waardoor de baas hun
commando's geeft en continu heen en weer laat rennen. Als de cavia
wordt opgediend is het even schrikken, want het beest is nog redelijk
herkenbaar. De kop met ogen en tanden zit er gewoon nog aan en de
pootjes steken aan vier kanten over de rand van het bord. De smaak doet
ons nog het meeste aan kip denken, de vele botjes trouwens ook. Het vel
is echter dik en hard en hebben we niet opgegeten. Uiteraard werd de
cuy vergezeld door Arequipeña,
het lokale bier.
Na 's nachts enkele keren wakker geweest te zijn, niet alleen van de
jetlag, maar ook van een dreunende centrifuge of iets dergelijks,
voelen mijn
darmen 's morgens niet helemaal zoals ik gewend ben. Ik besluit het
voorlopig maar even te negeren, misschien gaat het wel over. Tijdens
het karige ontbijt maken we kennis met Peter Kuijt van Lama Tours.
Het verblijf in Arequipa en de Colca Canyon wordt door zijn kantoor
verzorgd. We willen die dag naar Juanita, Recoleta en Santa
Catalina en hij raadt ons aan te beginnen met Recoleta, dan
Juanita en in de namiddag Santa Catalina te doen.
We
nemen dus de taxi naar Recoleta,
een in een voormalig klooster
– eigenlijk convent – gevestigde verzameling kleine musea
over van alles en nog wat,
zoals Inca-voorwerpen, mummies,
dieren uit het
Amazonegebied, 19e eeuwse foto's van Arequipa na een aardbeving, etc.
Na via
diverse gangen en pleintjes alle zaaltjes bezocht te hebben mogen we
onder begeleiding de op de eerste verdieping gelegen indrukwekkende
bibliotheek zien en bekijken we lopend over de hevig krakende vloer de
eeuwenoude boeken,
atlassen en landkaarten.
Hierna pakken we een taxi terug naar het centrum en gaan we naar het Museo
Santuarios Andinos. Dit museum draait geheel om de goed
geconserveerde Inca-mummie van een jong meisje genaamd Juanita,
die men in 1995 gevonden heeft op de vulkaan Ampato. Van alle musea
in Arequipa vonden we dit veruit het indrukwekkendst. Eerst krijgen we
een video van National Geographic te zien over de vondst van de mummie.
Vervolgens worden we persoonlijk rondgeleid langs allerlei voorwerpen
die men gevonden heeft bij de diverse mummies van geofferde kinderen.
Hierbij krijgen we een uitgebreide uitleg van de betekenis van deze
voorwerpen en de uitgevoerde rituelen. Het bezoek culmineert in de
laatste kamer alwaar Juanita in een glazen vrieskist van alle
kanten te bewonderen is.
Nadien mogen we zelf bepalen wat we onze gids willen betalen. Het is de
eerste, maar zeker niet de laatste keer dat we met dit fenomeen
geconfronteerd worden. Over het algemeen geven we 10 tot 20 sol: zo'n
10 sol per uur.
Na wat gegeten te hebben, beginnen m'n darmen toch weer op te spelen en
gaan we terug naar het hotel. Helaas gaan de krampen niet over en na
een toiletbezoek is de prognose helder en moet het eerste zakje ORS
eraan geloven (smaakt naar gezoet brak water). Zoals we al gelezen
hadden: "Het is niet de vraag óf je last van je darmen krijgt, maar
wannéér je er last van krijgt." We besluiten de rest van de dag in het
hotel te blijven, dus helaas geen Santa Catalina. Gelukkig
hebben we satellietontvangst op de tv en kijken we wat Engels gesproken
en Spaans ondertitelde films (goed voor m'n Spaans!).
's Avonds moet er toch wat gegeten worden, dus lopen we naar een
dichtbij gelegen restaurantje. Dit bleek achteraf niet zo'n erg goed
idee, want in het restaurant ga ik bijna van m'n stokje. Op advies van
de bediening drink ik m'n eerste kopje cocathee. Uiteindelijk gaan we
met wat droge broodjes snel terug naar het hotel...
Voor vandaag staat de rit per 4-wheel drive naar de Colca Canyon op
het programma. Gezien mijn verminderde gezondheidstoestand zie ik er
aardig tegenop. Maar goed, voor dit soort gevallen hebben we
stopmiddelen (loperamide) meegenomen, dus neem ik, zoals
voorgeschreven, twee pillen om de boel stil te leggen voor de reis.
Bij het ontbijt schuift Peter Kuijt van Lama Tours al gauw aan
en vraagt ons of we 'het' al gehoord hebben. Dat hebben we niet, maar
het kan nooit veel goeds zijn... Het blijkt dat de bewoners van de
Colca Canyon alle toegangswegen naar de Canyon geblokkeerd hebben uit
onvrede met het overheidsbeleid: al vele jaren moeten toeristen betalen
om de Canyon in te mogen, maar in al die tijd is er ondanks de
toezeggingen niets van dat geld
teruggevloeid naar de Colca, terwijl dat voor de sociale voorzieningen
en de infrastructuur (met name de wegen) hard nodig is. Heel
begrijpelijk
allemaal, maar ondertussen kunnen wij de Canyon niet in. Aan de ene
kant zijn we helemaal niet blij met de afgelasting van een
reisonderdeel dat een van de hoogtepunten had moeten worden. Aan de
andere kant ben ik stiekem wel een beetje blij dat ik nu twee dagen de
tijd heb om de darmproblemen te overwinnen.
Omdat
de loperamide m'n darmstelsel
stil gelegd heeft, kunnen we wel wat gaan
doen, denken we. Dus met de taxi naar de Mirador
de Yanahuara,
alwaar we een mooi uitzicht over de stad en op de nabij gelegen
vulkanen Chachani, Misti en Pichu Pichu hebben.
Het is vooral apart je te beseffen dat je je al op zo'n 2300 meter
boven zeeniveau bevindt en dan toch nog drie van die enorme bergen,
pardon, vulkanen de lucht in ziet torenen (tot ruim 6000 meter).
Helaas willen de krampen niet echt over gaan en na geruime tijd in het
parkje bij het uitzichtpunt rondgehangen te hebben, gaan we toch maar
weer terug naar het hotel met de bedoeling een beetje in de tuin te
zitten om wat te lezen. Dit blijkt echter geen onverdeeld genoegen
aangezien de naastgelegen school de gehele dag de muziek- en zanglessen
buiten organiseert. Ook in de kamer houden we het vanwege de geringe
hoeveelheid daglicht en de lage temperatuur maar moeilijk uit.
Om vijf uur hebben we weer afgesproken met Peter Kuijt. In de situatie
met de Colca Canyon is geen verandering gekomen, dus dit reisonderdeel
wordt definitief afgelast. Peter geeft ons de keuze tussen enerzijds
het uit laten betalen van de teruggevorderde kosten met aftrek van de
extra overnachting in Arequipa en anderzijds een en ander te declareren
bij de annuleringsverzekering en van het teruggevorderde geld de
volgende dag onder zijn leiding de buitenwijken van Arequipa te gaan
verkennen. We mogen er die avond over nadenken om de volgende ochtend
ons besluit mede te delen.
's Avonds voel ik me toch alweer wat beter en heb zowaar weer zin om
wat te eten (kip), de problemen lijken voorlopig onder controle.
Gezien de te verwachten moeilijkheden een bedrag te claimen bij de
annuleringsverzekering, besluiten we Lama Tours te vragen het
geld contant uit te laten betalen.
Om half vier 's nachts komt er een groep Fransen aan in het hotel
die lijken te denken dat het half vier 's middags is...
's Morgens bij het ontbijt zien we Peter Kuijt weer en tot onze
verbazing deelt hij ons mee dat hij besloten heeft dat we de kosten
het beste kunnen laten vergoeden door de annuleringsverzekering en dat
hij ons een aantal bezienswaardigheden in de omgeving van Arequipa gaat
laten zien. Enigszins overdonderd gaan we akkoord.
Peter heeft een wat luxere taxi geregeld die ons, na een kijkje genomen
te hebben bij de Puente de Fierro, de door Eiffel ontworpen
brug over rio Chili, naar een winkel met artikelen van lama- en
alpacawol brengt, Incalpaca TPX.
Op zich niets bijzonders, ware het niet dat zich
achter
deze winkel wat dierenverblijven
bevinden met alle lamasoorten die Peru
rijk is: de Llama, de Alpaca, de Guanaco en de Vicuña. Hoewel
we ze
liever in de Colca Canyon in het wild hadden gezien, vinden we het toch
wel leuk ze in ieder geval gezien te hebben en ze nu ook (enigszins) te
kunnen onderscheiden.
Vervolgens
rijden we door naar de uitzichttoren van Mirador Sachaca, van
waaruit we na de beklimming een prachtig uitzicht
hebben over Arequipa
en omstreken. Ook zien we in de verte de vulkaan Ampato liggen,
de vulkaan waar de Inca-mummie Juanita gevonden is. Als gevolg
van de hoogte kost het omhoog klimmen meer moeite dan we hadden
verwacht.
Hierna rijden we naar de El
Mansion del Fundador, het koloniale
huis van de stichter van Arequipa. In dit gerestaureerde huis bevinden
zich nog diverse meubels, schilderijen, etc. uit de koloniale tijd. Op
de curieuze ingelijste
ramen na vonden we dit verder niet zo heel erg
interessant, ons hotel in Lima was immers al koloniaal ingericht.
Bovendien mochten we daar de koloniale meubels gewoon gebruiken.
Door naar de volgende bezienswaardigheid: La
Molina de Sabandía,
een met waterkracht aangedreven graanmolen
met een mooie tuin
eromheen.
Na deze uitstapjes en een kort bezoekje aan de plaatselijke supermarkt
neemt Peter ons mee naar zijn in aanbouw zijnde huis, alwaar we zijn
vrouw, kinderen en schoonzus (zij is ook werkzaam voor Lama Tours)
ontmoeten. Hoewel zijn vrouw aanvankelijk niet helemaal gelukkig leek
met het al dan niet onaangekondigde bezoek (of was het de
taalbarrière?), raakten we al gauw aan de praat. Na wat drinken krijgen
we een rondleiding door het deels nog af te bouwen huis. Daarna worden
de taxi's gebeld die het hele gezelschap naar een enorm restaurant
brengen waar de Peruanen rond de tafel staan te dansen op live muziek.
We vinden een wat rustiger plekje aan een grote ronde tafel. De porties
zijn groot, maar smaken goed. Geconfronteerd met de toiletten, voor een
regulier bezoekje, ben ik blij dat de
darmproblemen over zijn...
Omdat
vandaag onze laatste kans is om toch nog Santa
Catalina te bezoeken – morgen vertrekken we naar Puno –
blijven we niet al te lang natafelen, nemen afscheid van de familie en
laten ons door een taxi naar het centrum
van Arequipa brengen. Even voor vieren (daarna mag je er niet meer in)
betreden
we het convent. Na aanvankelijk wat doelloos rondgekeken te hebben,
kunnen we ons al gauw aansluiten
bij een gids die een Engels koppel begeleidt. De laag staande zon en de
in felle kleuren geschilderde muren
geven een mooi licht aan de
steegjes,
pleintjes en gangen,
dus ik maak naar hartelust foto's. We
zijn erg blij dat we dit uiteindelijk toch nog hebben kunnen zien.
Een uur later staan we weer op straat en besluiten om even tot rust te
komen in het hotel. Om acht uur gaan we naar het Plaza de Armas
om op een van de balkons luisterend naar live panfluitmuziek en met
uitzicht op het mooi verlichte
plein en omringende
gebouwen een
sandwich te eten.
Vannacht om vijf uur weer eens wakker gemaakt door aankomende of
vertrekkende Engelsen. Maar goed, je went eraan...
's Morgens zitten we met gepakte koffers aan het ontbijt in afwachting
van onze transfer naar het busstation, als Peter er weer aan komt.
Wederom slecht nieuws: dit keer hebben de taxichauffeurs besloten de
straten rond Arequipa te blokkeren omdat ze het te duur vinden om hun
taxi's geel te verven, zoals de gemeente verordend heeft. Ook dit is
weer heel
begrijpelijk allemaal, maar zou je dan niet beter bij de burgemeester
en wethouders kunnen gaan protesteren in plaats van de straat te
blokkeren? Gelukkig duurt de blokkade maar tot 12 uur 's middags, dus
we gaan ervan uit dat de bus naderhand alsnog vertrekt. Tot onze grote
verbazing en teleurstelling blijkt dat niet het geval en wordt de rit
geheel afgelast. Dit nieuws doet bij mij toch wel een klein stopje
doorslaan en met het vooruitzicht nog twee dagen in Arequipa door te
moeten brengen beginnen we eigenlijk toch wel heel erg genoeg van deze
vakantie te krijgen: geen Colca Canyon, geen luxe lodge, geen Condors,
geen rit over de Altiplano en geen excursie naar de eilanden op Lake
Titicaca.
We besluiten naar het kantoor van Giardino Tours te gaan – de
operator die het onderdeel Puno en Lake Titicaca voor ons zou verzorgen
– om na te gaan wat de alternatieven zijn. Het enige alternatief dat ze
kunnen bedenken is dat we de volgende dag de bus naar Puno nemen. Dat
heeft volgens ons echter niet zoveel zin omdat we dan een dag later
alweer met de bus naar Cusco moeten en we de excursie op Lake Titicaca
– waar het in Puno natuurlijk allemaal om te doen is – toch zullen
missen. Omdat we geen zin hebben in twee opeenvolgende busreizen van
zes uur, besluiten we met het vliegtuig naar Cusco te gaan, en wel
liever vandaag dan morgen. Helaas is de vlucht van vandaag al vol
geboekt, hoogstwaarschijnlijk mede door de nog steeds voortdurende
blokkade
van de Colca Canyon. Dan maar de vlucht van morgen geboekt, wat
gelukkig wel lukt.
Rest ons nog een invulling te vinden voor vandaag en morgenochtend (de
vlucht is pas om half drie). Na lang doorvragen komt men uiteindelijk
met de suggestie een bezoek te brengen aan de thermaalbaden in Yura,
even buiten Arequipa gelegen.
Dit lijkt ons wel wat, dus er wordt een niet als zodanig herkenbare
taxi (wegblokkade!) geregeld. Onze chauffeur heet Pablo en we kunnen
het goed met hem vinden. Hij lijkt niet te lijden aan de
kortzichtigheid en claxonneerzucht die vrijwel elke andere Peruaanse
taxichauffeur of automobilist kenmerkt.
Even
twee
verduidelijkende voorbeelden van voorgaande bewering: 1)
Als een Peruaanse taxichauffeur of automobilist voor het stoplicht
staat met tien auto's voor hem en het stoplicht springt op groen, dan
gaat hij onmiddellijk claxonneren indien de auto voor hem niet direct
wegrijdt. 2) Als een Peruaanse taxichauffeur of automobilist
een
smalle straat in rijdt en er rijdt aan de andere kant ook een auto deze
straat in, dan rijden beiden door totdat ze niet verder kunnen, gaan
dan uitgebreid staan toeteren en na geruime tijd, bij voorkeur als er
aan beide kanten nog wat extra auto's zijn ingereden, wordt er
uitgestapt om met veel misbaar eens te kijken hoe de situatie op te
lossen is.
Na onverhoopt toch vastgelopen te zijn in een wegblokkade wordt Pablo
helaas
ontmaskerd als stakingsbreker. Na een smoes dat 'ie ons naar het
vliegveld moet brengen verklapt men hem een sluiproute om de blokkade
heen
en kunnen we toch nog verder.
Na
een rit van ongeveer 30 km. parkeert Pablo de auto en wandelen we
naar het eerste thermaalbad. Dat is toch even slikken: het betreft twee
kleine binnenbadjes (±2 bij 4 meter) met troebel grijsgroen naar rotte
eieren stinkend
water. Volgens Pablo zijn er vlakbij nog twee baden. Na, via een korte
wandeling langs een beekje, de andere baden bekeken te hebben besluiten
we tenslotte maar een uurtje in het laatste bad te gaan zitten. Het
water van dit bad stinkt tenminste niet. Het enige wat de rust
verstoort is het geronk van nabijgelegen cola-fabriek... De
tegenstelling met de thermaalbaden in Nederland had niet groter kunnen
zijn.
Na het badderen eten we samen met Pablo in een klein restaurantje een
bord traditionele maaltijdsoep met aardappelen en lamsvlees gevolgd
door wat stukjes gebakken aardappel en kip. Hierna rijden we terug naar
Arequipa en worden we bij het hotel weer afgezet. Dit lijkt me een mooi
moment om in een internetcafé een e-mailtje aan PeruOnline te
sturen om ze op de hoogte te brengen van onze teleurstellingen, ook al
omdat in de algemene voorwaarde van de annuleringsverzekering staat dat
dergelijke incidenten binnen drie dagen gemeld moeten worden aan het
kantoor waar de reis is geboekt.
's Avonds moeten we weer naar het kantoor van Giardino Tours om
na betaling van 93 US dollar de tickets voor de vlucht naar Cusco op te
halen. Nu we toch ter plekke zijn, vragen we meteen of Pablo ons de
volgende ochtend mee kan nemen naar wat mooie plekjes buiten Arequipa
en ons vervolgens naar het vliegveld kan brengen. Dat lijkt geen
probleem te zijn, hij zal ons om negen uur op komen halen.
Voor de derde keer pakken we onze koffers in de verwachting het
hoofdstuk Arequipa af te sluiten. Om negen uur staat Pablo ons al op te
wachten. We checken uit bij La Casa de Melgar en stappen in de
taxi. Vandaag brengt Pablo ons naar Characato,
een landelijk
gebied even buiten Arequipa waar de landbouw deels plaatsvindt op de
oude Inca-terrassen. Onderweg stappen we enkele keren uit om te
genieten van de uitzichten en rond te kijken in het centrum van een
dorpje waar we doorheen rijden. Daarna maken we een wandeling over wat
akkers met uien, pepers en alfalfa naar een irrigatiebassin en maken
een praatje met wat mensen die pepers aan het oogsten zijn.![]()
Pablo heeft het meest spectaculaire uitzichtpunt voor het laatst
bewaard: de Mirador
la Rinconada del Alto. Vanaf dit punt zie
je de rivier rio Chili door de vallei stromen met de Chachani
op de achtergrond. Bij het uitzichtpunt is een tuin met diverse bloemen
en planten uit de streek en een winkeltje met allerlei producten die
hiervan gemaakt zijn (snoepjes, likeur, zalfjes, etc.).
Onze vlucht is om half drie, dus Pablo levert ons even voor enen op het
vliegveld
af. Daar nemen we ook afscheid van Peter Kuijt, z'n schoonzus
en z'n oudste dochtertje. De vlucht naar Cusco duurt maar een klein
uurtje. Na het opstijgen vliegen we vlak langs de vulkaan Ampato
(van de Inca-mummie Juanita), wat erg indrukwekkend is.
Aangekomen in Cusco maken we de fout op het vliegveld de eerste de
beste taxi te nemen die ons aangeboden wordt. Hoewel we een ritprijs
van 8 sol afgesproken hadden, springt de taxichauffeur na het uitladen
van de koffers en met een briefje van 10 sol in de hand, snel in de
taxi en rijdt weg. Erger dan die 2 sol is echter dat 'ie een van onze
jassen bij het inladen op het vliegveld in een hoekje van de kofferbak
had gelegd, maar deze er bij het uitladen niet uit haalt. Later
vernemen we dat je alleen taxi's moet nemen met een soort van
schaakbordjespatroon op de zijkant en dat je als voorzorgsmaatregel het
nummerbord op moet schrijven. Het personeel van ons hotel Del Prado
Inn zegt toe opnames van het gesloten videosysteem te laten
raadplegen in de hoop het nummerbord van de taxi te achterhalen.
We merken goed dat Cusco nog weer een stuk hoger ligt dan Arequipa, op
3400 meter om precies te zijn, en bestellen een pot cocathee tegen de
hoofdpijn. Het blijft wonderlijk steeds weer te merken hoe goed dit
helpt. Omdat onze gemoedstoestand er niet naar is een restaurant te
zoeken eten we vandaag maar in het hotel.
![]()
Om toch nog even wat buitenlucht op te snuiven loop ik 's avonds nog
even naar de Plaza
de Armas, op een steenworp van het hotel.
Aldaar wordt ik voor de zoveelste keer aangeklampt door een jongen die
m'n schoenen wil poetsen. In de hoop daarna van het gezeur af te zijn
laat ik 'm zijn gang maar gaan en betaal er natuurlijk veel te veel
voor. Niet dat dat achteraf nu zoveel geholpen heeft, de meesten kijken
niet eens naar je schoenen voordat ze je vragen of ze nog gepoetst
moeten worden.
Wat straatverkopertjes betreft spant Cusco overigens wel de kroon. Je
kunt werkelijk geen vijf minuten lopen zonder aangeklampt te worden
door meisjes met vingerpoppetjes of snoepjes, jongens met
ansichtkaarten, schilderijtjes of schoenpoetsuitrusting, of volwassenen
met
sigaretten of coca. Daarnaast heeft ieder restaurant jongeren buiten
staan die je naar binnen proberen te praten en dan heb je ook nog
gewone bedelaars. In het begin zeg je nog vriendelijk “No gracias”,
maar na verloop van tijd loop je maar gewoon door zonder wat te zeggen.
De hotelkamer is voorzien van een jacuzzi, dus die moet uitgeprobeerd
worden. Dat valt even tegen: het vullen van het bad duurt ruim een uur,
de jacuzzi heeft maar 4 jets waarvan de sterkte niet regelbaar is en
maakt ook nog eens een enorme herrie. Omdat de jacuzzi in de kamer
staat is de binnentemperatuur nogal opgelopen. Bij gebrek aan een raam
naar buiten toe blijft het de hele nacht erg warm. Tot overmaat van
ramp hebben ze in de kamer naast ons ook het idee opgevat om de jacuzzi
uit te proberen, maar dan tussen elf uur en kwart voor twaalf. Nadat ze
eindelijk klaar zijn werkt het geluid van de naastgelegen disco ook
niet erg slaapbevorderlijk. De oordoppen bewijzen weer goede diensten.
Het ontbijt bij dit hotel is redelijk uitgebreid: meerdere soorten
sap, vers fruit, roerei, gebakken worstjes en broodjes met
verschillende soorten beleg en natuurlijk koffie en thee. Daarnaast is
het personeel erg vriendelijk en hulpvaardig. Ook is er een computer
met internet beschikbaar, waar overigens wel een redelijke vergoeding
voor berekend wordt. Het is goedkoper om naar een internetcafé te gaan,
maar het gemak om in het hotel kunnen blijven weegt voor mij toch
zwaarder.
Het
eerste wat we deze ochtend doen is het kopen van de zogenaamde Boleto
Turistico del Cusco, een toegangsbewijs voor diverse musea en
Inca-ruïnes in en om Cusco. We besluiten meteen maar goed gebruik van
onze
Boleto's te maken en bezoeken achtereenvolgens het Santa Catalina
convent, het historisch museum, het museum van Qorikancha
en
het monument
voor Inca Pachacutec. Geen van de bezochte musea
maakte op ons veel indruk. Vanuit de toren die de voet van het monument
voor Inca Pachacutec vormt heb je een mooi uitzicht
op Cusco en
de omringende bergen, maar bij lange na niet zo spectaculair als de
uitzichten rondom Arequipa. Uiteraard maken we ook een wandelingetje
door calle
Loreto, dit is de straat met de best bewaard
gebleven Inca-muur
in Cusco.
Achteraf gezien hadden we de musea van
de Boleto misschien beter kunnen negeren en ons eigen plan trekken op
basis van de meegenomen documentatie. Gelukkig hebben we op 12 mei nog
een dag in Cusco te besteden. Overigens heb je de Boleto wel nodig voor
de meeste Inca-ruïnes: je hebt de prijs er al uit als je er twee
bezoekt.
's Avonds zoeken we expres een restaurant dat geen gebruik maakt van
jongeren die je naar binnen proberen te praten. Het wordt uiteindelijk
een Italiaans specialiteitenrestaurant, waar we een heerlijke
huisgemaakte pastaschotel nuttigen.
Het hotel heeft de video van de bewakingscamera's nog niet kunnen
raadplegen omdat de bevoegde persoon er niet was. Omdat we de 12e weer
terugkomen, zeggen ze toe er alsnog achteraan te gaan. Uiteraard hebben
we niet veel hoop meer op een goede afloop...
Voordat we naar de kamer gaan vragen nog even hoe laat we de volgende
ochtend opgehaald worden. Helaas heeft CAT Cusco – de
reisorganisatie die verantwoordelijk is voor het restant van onze
rondreis – nog geen contact met het hotel opgenomen. Men zegt ons dat
het meestal om half negen is, dus daar gaan we maar van uit.
Bij het ontbijt schuift om acht uur dan toch de vertegenwoordigster
van CAT Tours aan. Ze vertelt ons dat we over een half uur
opgehaald worden door een bus en verontschuldigt zich dat ze niet
eerder contact met ons heeft opgenomen. Had iets te maken met de
moederdag van gisteren ofzo...
Om
half negen worden we inderdaad opgepikt door een grote toerbus. Na her
en der nog wat toeristen opgepikt te hebben beginnen we de busreis naar
de Sacred Valley. De eerste stop is een half uurtje rijden
buiten Cusco en biedt een mooi uitzicht over het begin
van de vallei.
Na nog een half uurtje arriveren we in Pisaq waar, zoals
elke zondag,
een grote markt
gaande is. We mogen een uurtje op deze markt
rondstruinen. Aangezien dit marktbezoek aangekondigd was hadden we ons
al voorgenomen om hier souvenirs te kopen, wat hier gezien het aanbod
geen enkel probleem is.
Terug in de bus heeft de chauffeur veel moeite om van de overvolle
parkeerplaats af te komen. Als dit eenmaal gelukt is gaan we tot onze
grote verbazing niet naar de ruïnes van Pisaq zoals het programma op de
website van PeruOnline heeft beloofd, maar rijden we door
richting Urubamba. In Urubamba worden eerst enkele passagiers bij een
ander restaurant afgezet, waarna de overige passagiers naar restaurant El
Maizal gebracht worden. De reisleider noemt daar enkele namen voor
wie de lunch blijkbaar inbegrepen is en daarna de overige namen,
waaronder die van ons, gevolgd door de uitroep “No lunch!”. Met andere
woorden, zoek het verder zelf maar uit... Gelukkig is er genoeg plaats
en kunnen we, tegen betaling, toch nog meedoen aan het lopend buffet.
In de bus ontmoeten we een koppel dat via PeruOnline
dezelfde rondreis heeft geboekt en een dag voor ons nog wel de Colca
Canyon in kon, maar er daarna bijna niet meer uit kwam. De lunch biedt
een mooie gelegenheid om de wederzijdse belevenissen uit te wisselen.
Na de lunch stappen we weer in de bus en rijden langs de rivier, die
ook Urubamba heet, naar Ollantaytambo. Hoewel in de bus aangekondigd is
dat na het bezoek aan de ruïnes van Ollantaytambo de op Inca-fundering
gebouwde kerk van Chincheros bezocht gaat worden, zit dat er voor ons
niet in. Ollantaytambo is ons eindstation voor vandaag. We besluiten
dan ook om niet met de rest van de passagiers de ruïnes te bezoeken,
maar eerst de koffers naar het hotel te brengen. Al gauw komen er een
paar jongens met een bakfiets naar ons toe die daarmee de koffers voor
een paar sol wel naar het hotel willen brengen. Nadat de jongens met de
bakfiets en onze koffers uit het zicht verdwenen zijn, hopen we er maar
het beste van en wandelen met z'n vieren in de richting waarin ze
vertrokken zijn. Na ongeveer 10 minuten arriveren we bij Albergue
Lodge Kapuly waar de jongens met onze koffers al staan te wachten.
Via een soort snackbar komen we in een binnentuintje met achterin een
grote schuur. Het ziet er allemaal nogal armoedig uit. Omdat de persoon
die de kamers toewijst er nog niet is, zetten we de koffers zolang maar
op een van de kamers en besluiten terug te lopen naar het dorpscentrum
om op eigen gelegenheid de ruïnes te bezoeken.
![]()
De ruïnes
van Ollantaytambo bestaan voor een groot deel uit enorme
terrassen. Naar verluidt werden deze terrassen gebouwd om allerlei
gewassen te verbouwen en tegelijkertijd de erosie tegen te gaan. Ook
waren ze voorzien van een ingenieus irrigatiesysteem. Later, toen de
Spanjaarden in oorlog kwamen met de Inca's, werden ze ook gebruikt ter
verdediging en werd de boven gelegen tempel tot fort omgebouwd. Onder
aan de ruïne kun je nog goed zien hoe de gebruikte stenen uit de rotsen
zijn gehakt.
Na het bezoek aan de ruïnes, waarbij we ook de overige buspassagiers
weer tegenkomen, lopen we terug naar de lodge om te zien
waar we ondergebracht worden. Dat is even schrikken! Waren we over La
Casa de Melgar in Arequipa al niet al te enthousiast, dit slaat
toch echt alles. In de kamer staan vier bedden, kleedjes bedekken de
grootste gaten in de houten vloer, de verlichting bestaat uit één
peertje aan het plafond, de deur wordt afgesloten met een hangslot, de
badkamer met wc tenslotte is erg vies en stinkt enorm. Dat is toch niet
wat je verwacht van een comfort reis, zoals de rondreis op de
website van PeruOnline aangekondigd wordt.
Om deze nieuwe teleurstelling een beetje te compenseren besluiten we 's
avonds gevieren bij het nabijgelegen luxe hotel Pakaritampu te
eten: heerlijke forel met flan als dessert.
Tijdens de voorbereidingen van de reis hadden we al begrepen dat de
ruïnes van Pisaq na Machu Picchu de mooiste van de Sacred
Valley zijn. Omdat we tijdens de busreis van gisteren niet de
gelegenheid hebben gehad ze te bezoeken, willen we ze graag alsnog
zien. Daarnaast kwamen we gisteren tot de ontdekking dat er noch in
Ollantaytambo, noch in Aguas Calientes – de laatste stop voor Machu
Picchu – pinautomaten zijn en we niet genoeg geld hebben voor
de
komende drie dagen. Twee redenen dus om met z'n vieren een taxi terug
naar Pisaq te nemen, met een pin-stop in Urubamba.
Aangekomen
bij de ruïnes
van Pisaq zien we wat lokale verkopers staan die we
vriendelijk afwijzen. Eén van hen is echter erg vasthoudend en wil ons
graag rondleiden. Het bezoeken van de ruïnes zonder gids heeft volgens
hem niet zoveel zin en achteraf mogen we zelf bepalen hoeveel we hem
willen geven. Omdat 'ie verder wel erg vriendelijk overkomt, stemmen we
toe. Al gauw blijken we met deze gids – Marcelo – de hoofdprijs in de
loterij gewonnen te hebben! Naar eigen zeggen afstammend van de Inca's
en 70% van z'n kennis verworven te hebben van zijn voorouders, vertelt
hij op aanstekelijk enthousiaste wijze over de ruïnes en waar ze voor
gediend hebben. Hij wijst ons op de drie belangrijkste nederzettingen
binnen de ruïnes, waarvan één in de vorm van een condor,
en geeft aan
welke ambachten er in de Inca-tijd werden uitgeoefend. Ook vertelt hij
over de betekenissen en gebruiken van diverse tempels
en legt hij uit
hoe stenen zoals de offersteen
en de zonnewijzer – Intihuatana –
gebruikt werden. Hij spreekt alleen Castiliaans (Spaans), wat Mari dan
weer vertaalt in het
Nederlands. Zeer indrukwekkend is ook het uitzicht op de omringende
valleien waar we tijdens de wandeling
door de ruïnes continu van kunnen
genieten.
Na afloop van de rondleiding haalt Marcelo allerlei 'zelfgemaakte'
voorwerpen uit zijn rugzak die we – zogenaamd tegen een zacht prijsje –
van hem kunnen kopen. Uiteraard stellen we hem niet teleur. Als ik hem
vraag of hij het Inca-kruis – Chacana
– dat hij om z'n nek
heeft ook verkoopt, geeft hij het spontaan aan onze vertaalster als
dank voor de ondersteuning!![]()
Terug bij de parkeerplaats blijkt dat het inmiddels al zo laat geworden
is dat er hier boven geen taxi's meer zijn die ons terug kunnen
brengen. Na enige
tijd vergeefs gewacht te hebben besluit Marcelo om maar te gaan lopen,
we lopen met hem mee en praten nog even met hem over zijn bijna
afgeronde gidsenopleiding, waarna hij Engels wil gaan studeren. Na een
klein half uurtje naar beneden
gelopen te hebben komen we bij een splitsing van de weg en al gauw weet
een van ons een vrachtwagen
aan te houden die ons naar Pisaq brengt.
Eenmaal gearriveerd in Pisaq eten we in het backpackers restaurant Ulrike's
een groot bord soep gevolgd door een lekkere lasagne. Voordat we gingen
eten had een taxichauffeur al toegezegd ons naar Ollantaytambo te
zullen brengen, maar als we bijna klaar zijn komt 'ie nogal gehaast
binnen om te vertellen dat 'ie een uurtje weg moet. Omdat we geen zin
hebben daarop te wachten nemen we maar een andere taxi. Het blijkt
nogal een rammelbak te zijn, maar gelukkig rijdt de chauffeur wat
rustiger dan degene die we op de heenweg hadden. Het wordt al donker en
dan blijkt dat het gezichtsvermogen van onze chauffeur niet al te best
is.
Gelukkig zijn z'n reactievermogen en remmen dat wel en kan, mede
dankzij vier paar betere ogen, tot twee keer toe een aanrijding op het
nippertje voorkomen worden.
Met het hart in de keel komen we aan in Ollantaytambo, rekenen snel af
en lopen terug naar de lodge. Aldaar genieten we, onder de zeer heldere
sterrenlucht en met een wijntje in de hand, nog even na van deze
enerverende dag.
Na
het karige ontbijt met een veel te zout roerei op het terrasje
voor de snackbar, kunnen we tot onze
opluchting afscheid nemen van de Kapuly lodge en lopen we naar
het ernaast gelegen treinstation.
Daar stappen we om negen uur op de
backpackers trein die ons in tweeënhalf uur naar Aguas Calientes
brengt. Tijdens de treinreis hebben we mooi zicht op de rivier Urubamba.
In Aguas Calientes worden we bij het station opgewacht door personeel
van Hostal Wiracocha Inn, ons volgende hotel. Dit is overigens
de enige plaats waar een rugzak handiger was geweest dan koffers op
wieltjes, omdat er langs het spoor alleen maar losse stenen liggen. In
het hotel worden we ondergebracht in een zojuist aangebouwd gedeelte.
Er is nog geen trapleuning, geen balustrade, de wc en het slot van de
deur werken nog niet altijd even goed en in plaats van bedlampjes
zitten er gaten in de muur waar wat draden uit steken. Hier staat
tegenover dat de bedden en matrassen gloednieuw zijn. Van alle
hotelkamers tijdens onze rondreis is dit de kleinste, net genoeg ruimte
voor twee bedden en twee koffers.
Aguas Calientes bestaat in feite uit een verzameling hotels,
restaurants en huizen voor de uitbaters ervan. Op wat thermaalbaden na
– maar daarvan hadden ons portie in Arequipa al gehad – is er verder
niet zo gek veel te doen. We besluiten een stukje langs de rivier te
wandelen die steeds meer een beek begint te worden en zien diverse
kolibries.
Na teruggelopen te zijn naar het dorp en de winkeltjes rond het Plaza
de Armas uitgebreid bekeken te hebben, brengen we een bezoekje aan
een internetcafé om het thuisfront even bij te mailen. Daarna eten we
bij Chez Maggy heerlijke pizza's uit de houtoven. Halverwege de
avond worden we nog getrakteerd op een optreden door drie jongens die
diverse Peruaanse 'hits' ten gehore brengen. Eén van de jongens speelt
panfluit en minigitaar tegelijk, erg bijzonder. Als we de pizza's op
hebben maken we met de aan Chez Maggy gelieerde Thaise masseuse een
afspraak
voor massages later die avond.
Na de massages gaan we meteen slapen want we willen de volgende dag
vroeg op om bij de eerste zonnestralen op Machu Picchu te
kunnen zijn. Bij het geruis van de rivier dan wel beek is dat niet al
te
moeilijk.
De wekker gaat al om half zes. We staan op en pakken snel de koffers
in die we in depot achterlaten in het hotel. Na het ontbijt – wederom
zeer karig – dat al
voor ons klaar staat, lopen we naar de busstandplaats. Vreemd genoeg
kun je geen gecombineerd kaartje kopen voor vervoer naar en toegang tot
Machu Picchu, dus kopen we bustickets (ongeveer 40 sol per
persoon: 10 euro). Na in een klein half uur via vele haarspeldbochten
naar boven geslingerd te zijn, gaan we in de rij staan voor de ingang,
vanaf hier is nog niet zoveel te zien van de ruïnes. We kopen de
toegangskaarten (77 sol per persoon: bijna 20 euro) en regelen een gids
voor twee uur (100 sol: 25 euro). Het is weer even wennen, maar de
prijzen zijn hier zeer 'westers'.
Bij de ingang staat op een groot bord dat je onder andere geen eten en
flesjes
water mee naar binnen mag nemen. We aarzelen even, maar als we zien dat
iedereen ongegeneerd met uit rugtassen stekende flesjes water naar
binnen loopt, doen wij dat ook maar. Ook de bananen laten we maar in de
rugzak zitten. Dat blijkt later een goed idee want de enige plek waar
je eten en drinken kunt kopen, wederom tegen westerse tarieven, is bij
de ingang die nogal decentraal gelegen is.
![]()
De gids
–
helaas heb ik haar naam helaas niet kunnen onthouden –
brengt ons
eerst naar het wachtershuis, een hooggelegen gebouwtje waarvandaan je
een ontzettend mooi en indrukwekkend zicht op Machu Picchu
hebt. De standaardfoto
van Machu Picchu wordt vanaf dit punt
gemaakt, dus we volgen dat goede voorbeeld gedwee. Helaas zijn er geen
fotogenieke optrekkende mistflarden, maar de eerste zonnestralen
doen
het ook goed.
Onze gids leidt ons langs de vele tempels,
door de buik van de Condor
en via de Intihuatana
(zonnewijzer) naar de bloementuin,
vertelt over de verscheidene theorieën omtrent de gebruiken van diverse
gebouwen, wijst ons op allerlei vormen van gezichten dan wel liggende
personen die we in de omringende bergen zouden moeten ontwaren, laat
ons zien hoe de schaduw van een eenvoudige steen
de kop van een lama
vormt, legt uit hoe op bepaalde dagen in het jaar de zon door de ramen
op bepaalde plekken schijnt en wat daar de betekenis van is, om na twee
uur te eindigen bij de fonteinen voor de rituele baden.
We lopen terug naar de ingang om onder het genot van een drankje de
plannen voor de rest van de dag te smeden. Het is nog maar half tien,
dus tijd genoeg. Omdat we de Inca-trail niet gelopen hebben en toch
thuis willen komen met een beetje een stoer verhaal, besluiten we om de
Huayna Picchu te beklimmen, daarna zien we dan wel weer verder.
Om
bij de Huayna Picchu te komen lopen we vanaf de ingang naar de
andere kant van de ruïnes en schrijven ons in in het logboek. Dit is
verplicht en dient ertoe aan het eind van de dag te kunnen controleren
of iedereen wel terug gekomen is. Het is best een eind klimmen,
maar we
doen rustig aan en dan is het goed te doen. Het venijn van de klim zit
'm in de staart waar nog een stevig rotsblok en een heel stijl stukje
bedwongen moeten worden. Om ons heen vinden allerlei
restauratiewerkzaamheden
plaats. Na drie kwartier zijn we boven en
genieten van het prachtige uitzicht. Vanaf hier lijkt het alsof Machu
Picchu vreselijk ver weg ligt. Na geduldig op m'n beurt gewacht
te
hebben beklim ik het hoogste rotsblok en fotografeer een panorama
dat
achteraf door de vele groene bergen een beetje tegenvalt.
Na een half uur van het uitzicht en de prestatie genoten te hebben
beginnen we aan de afdaling.
Met een kleine drie kwartier zijn we weer
beneden en loggen uit. Vlakbij de toegang naar de Huayna Picchu
is de 'ceremoniële steen' te vinden die dezelfde vorm heeft als de
erachter liggende berg. Helaas gaat het gerucht dat er magische
krachten van deze steen uitgaan, wat door vele bezoekers iets te
serieus genomen wordt, met als gevolg dat het noch voor de beklimming
noch na de afdaling van de Huayna Picchu mogelijk blijkt een
foto van steen en berg te nemen zonder zonderlingen ervoor.
Wederom
keren we terug naar de ingang, dit keer om wat te eten. De vers
klaargemaakte hamburger smaakt goed en met wat energiedrank erbij
kunnen we er weer even tegen. Helaas begint de tijd al te dringen, maar
we denken dat het pad naar de Inca-brug nog wel te doen is. Het pad is
het restant van een Inca-trail,
toch nog! Eigenlijk loop je om de berg Machu Picchu heen naar de
andere kant. De uitzichten
onderweg zijn weer schitterend en het lukt
me zowaar om een luidruchtige kolibrie
te fotograferen. De Inca-brug
zelf kun je alleen van een afstand zien en ligt tegen een
indrukwekkende rotswand
aangeplakt. Hier eindigt het pad ook en keren
we dus weer om. Weer aangekomen bij de ruïnes
maken we de laatste
foto's van Machu
Picchu waar we ook de eerste maakten.
Snel door naar de uitgang en in de ineens enorm gegroeide rij voor de
vertrekkende bussen. Het duurt nogal lang voordat er een bus komt en we
zijn even bang dat we de trein niet gaan halen. Gelukkig komen er dan
enkele bussen tegelijk en stappen we met een gerust hart in.
Terug in Aguas Calientes lopen we naar het hotel, halen de koffers en
lopen we naar het treinstation. Hier heerst nog even wat verwarring
omdat we voor het instappen het station op geheel afwijkende wijze
dienen te benaderen dan we het bij het uitstappen verlieten. Via wat
trappen en de
lokale markt komen we bij de ingang waar het instappen ineens heel
ordelijk en naar ons idee on-Peruaans verloopt middels het op
rijtuig-letter groeperen van de reizigers.
De
trein
vertrekt om vier uur en onderweg hebben we naast de rivier ook
mooi uitzicht op wat hoge bergen met gletsjers. Bij de laatste stop
voor Cusco, het is inmiddels half acht, wordt gemeld dat we een bus
kunnen nemen die ons in een kwartier naar Cusco brengt of dat we kunnen
blijven zitten, maar dan duurt het nog een uur. Omdat we opgehaald
worden bij het treinstation besluiten we om maar te blijven zitten. Dit
levert ons toch nog wel een aparte ervaring op: omdat Cusco in een
bergkom ligt moet de trein nog een aardig stukje dalen, dat kan niet
rechtstreeks en daarom rijdt de trein steeds heen en weer als een
blaadje dat van de boom valt.
Bij het treinstation worden we inderdaad opgewacht door mensen van de
reisorganisatie CAT Cusco, die ons naar het hotel brengen,
wederom het Del Prado Inn. Dit keer hebben we een kamer op de
bovenste verdieping, zonder jacuzzi en (daardoor?) gelukkig veel
koeler. Na snel nog wat gegeten te hebben in het hotel, hebben we niet
veel moeite om in slaap te komen.
Na het ontbijt informeren we of het nog gelukt is het nummerbord van
de taxi te achterhalen waarin vrijdag 6 mei de jas was achtergebleven.
Helaas is dat niet gelukt en adviseert men ons naar een soort bank te
gaan om een zogenaamde Certificado Denuncia Policial te halen.
Met dit papiertje – een soort betalingsbewijs – moeten we vervolgens
naar de toeristenpolitie om aangifte te doen.
De toeristenpolitie is gehuisvest in een koloniaal gebouw in de wijk San
Blas. Na enkele keren heen en weer gewezen te zijn komen we in een
kamer waar diverse agenten druk zitten te typen (jawel, op
typemachines). De politieman die ons te woord staat gaat na ons verhaal
eerst zoeken in de archieven en komt er na enige tijd achter dat er
geen aangifte gedaan is. We geven aan dat dat klopt, maar dat het hotel
had geadviseerd dat alsnog te doen omdat men het nummerbord niet heeft
kunnen achterhalen. Een tweede agent die er snel bij gehaald is wordt
hierop nogal kwaad en zegt dat het hotel dit nooit had mogen adviseren.
Hij zegt dat het hotel direct de politie erbij had moeten halen, ook al
om de video te bekijken en dat het na meer dan 24 uur niet meer
mogelijk is
om aangifte te doen. Omdat we inzien dat dit een heilloze zaak aan het
worden is druipen we af en besluiten we ons er de rest van de vakantie
maar niet meer druk over te maken.
De
ons resterende tijd in Cusco willen we graag 'nuttig' besteden en we
besluiten tot een bezoek aan de kathedraal. In de
kathedraal worden we
al gauw aangesproken door een jongeman met een officieel gidsenspeldje
die
ons graag wil rondleiden, zoals we inmiddels gewend zijn tegen een
achteraf door ons te bepalen bedrag. Hij leidt ons langs de kapellen,
altaren en schilderijen en vertelt over de transformatie van 'kopie van
de heer van de stormen' tot 'heer van de aardbevingen' en het prachtige
houtsnijwerk van het koor. Ook bekijken we het schilderij met het
laatste avondmaal waar onder andere cuy (cavia) op tafel staat.
Blijkbaar hadden we een beginnende gids, want in een van de grotere
kapellen nam een collega het even van hem over. We eindigen in het
modernere gedeelte van de kathedraal, waar de gids vertelt over de
jaarlijkse feesten en het gebruik van de aldaar geparkeerde praalwagen
daarbij.
Na bij Café Cappuccino met mooi uitzicht op de Plaza
de
Armas een cappuccino gedronken te hebben en de onvermijdelijke
reeds in Aguas Calientes gekochte ansichtkaarten van Machu Picchu
geschreven te hebben, gaan we naar Museo Inka.
Dit is het
interessantste museum van Cusco en geeft een mooi overzicht van
allerlei artefacten van diverse Inca-culturen.
Onze reisgenoten in de Sacred Valley hadden ons verteld dat je
bij Hotel Monasterio erg lekker kunt eten, maar je er dan ook
wel wat meer voor betaalt. Omdat we inmiddels flinke trek hebben en ook
wel aan wat verwennerij toe zijn, lijkt ons dat wel wat. Het hotel is
gesitueerd in – de naam suggereert het al – een oud klooster. Het
restaurant bevindt zich deels in de kloostergangen, maar je kunt ook
buiten zitten. We beginnen natuurlijk met een pisco sour en
nemen als voorgerecht de aspergesoep. Daar hebben we geen spijt van:
dit is veruit de lekkerste soep die we deze vakantie gegeten hebben. Na
de soep hebben we alpaca (een van de specialiteiten) respectievelijk
risotto met kip, begeleid door een flesje rode wijn. Ook deze gerechten
smaken uitmuntend! Na afgesloten te hebben met een dessert en een
espresso, blijkt dit inderdaad veruit de duurste lunch/diner geweest te
zijn, maar dat was het zeker waard.
![]()
Als laatste activiteit van ons verblijf in Cusco brengen we een bezoek
aan Sacsayhuaman,
een groot en indrukwekkend Inca-complex een
stukje boven Cusco gelegen. De zon staat al laag wat voor prachtig
licht en lange
schaduwen zorgt. Omdat we al diverse ruïnes met gids
bekeken hebben doen we het dit keer maar eens zonder. Wat vooral opvalt
zijn de vele afgeronde hoeken met wederom precies op elkaar
aansluitende stenen. Aan de zijkant van het complex hebben we een
mooi
zicht op Cusco,
vooral de Plaza de Armas is goed te zien. Na
een uurtje rondgedwaald te hebben over het enorme terrein gaan we terug
naar ons hotel.
's Avonds ontmoeten we onze reisgenoten van de Sacred Valley in
café Norton op de Plaza de Armas. We drinken bier en
cocktails, bekijken elkaars foto's en kijken, op wat kleinere
incidenten na, terug op een geslaagde
tweede week van de rondreis.
Om kwart over negen worden we opgehaald om naar het vliegveld
gebracht te worden. We moeten nog een aardig stukje lopen met de
koffers omdat het Plaza de Armas vandaag is afgezet in verband
met een
muziekconcours. We stappen en in na wat onhandig gemanoeuvreer in de
nauwe straatjes van
San Blas lukt het uiteindelijk ook om de andere reizigers op te
halen, uiteraard zijn dat weer onze reisgenoten van de Sacred Valley.
Na een probleemloze vlucht landen we kwart voor één in Lima. We nemen
afscheid van onze reisgenoten die later vandaag terugvliegen naar
Nederland en worden alweer opgewacht door tio Quique.
We slapen vannacht in een van de gastenverblijven bij het kantoor van Fe
y Alegría
en brengen daar de koffers eerst heen. Tio Quique biedt aan de foto's
van de vier gebruikte Compact Flash kaartjes op z'n laptop te zetten,
zodat we ze in het regenwoud allemaal opnieuw vol kunnen
schieten. Dat lijkt me een erg goed idee, maar het USB-kabeltje van de
camera heb ik niet meegenomen omdat ik ervan uitging dat niet nodig te
hebben. Helaas passen de kabeltjes die hij op kantoor heeft niet, dus
belt tio Quique een collega die zelf ook een digitale Canon camera
heeft. De collega brengt al gauw een hele lading kabeltjes langs en de
juiste zit er inderdaad tussen. Na ook nog de juiste driver via
internet geïnstalleerd te hebben, downloaden we de foto's op de laptop.
Het loopt alweer tegen drieën en we besluiten om wat te gaan eten. De
eerste dag in Lima was de ceviche erg goed bevallen, dus
daar hebben we nu ook wel weer zin in. Vandaar dat tio Quique ons
meeneemt naar een nabijgelegen restaurant waar hij al vaak ceviche
heeft gegeten. We nemen dit keer de gemixte variant met allerlei
soorten vis en schaaldieren. Ook krijgen we er een erg pittig drankje
bij.
Terug in het kantoor kijken we nog even of de foto's goed op de laptop
terecht gekomen zijn. Daarna pakken we één
koffer met de spullen die we in het regenwoud nodig denken te hebben om
de rest achter te laten in Lima. Tijdens deze activiteiten krijg ik
last van een hevig kriebelend gevoel achter mijn ogen. Even later begin
ik ook te hoesten en krijg ik steeds meer moeite met ademhalen. Ik
vermoed dat ik ergens allergisch op reageer en zeg dat ik
even ga liggen in de hoop dat het wegtrekt.
Als Mari en tio Quique tien minuten later komen kijken hoe het met me
gaat
schrikken ze zichtbaar van hoe ik eruit zie. Blijkbaar is mijn gezicht
rond m'n ogen in de
tussentijd
nogal opgezwollen en tio Quique stelt voor om naar het ziekenhuis te
gaan. Omdat mijn situatie niet verbetert stem ik hiermee in en rijden
we met gezwinde spoed naar de eerste hulp. Aangekomen in het ziekenhuis
mag ik meteen gaan zitten en wordt aangekondigd dat het met een paar
injecties binnen een half uur over zal zijn. Dit lijkt me sterk, maar
het zou wel erg fijn zijn.
Eerst
krijg ik een injectie in mijn arm, gevolgd door een zuurstofmasker, wat
al veel verlichting geeft. Vervolgens wordt het wat pijnlijker omdat
ik intraveneus een flinke hoeveelheid vloeistof toegediend krijg,
wederom
gevolgd door een zuurstofmasker. Een kwartiertje later voel ik me
alweer een stuk beter, maar het ergste moet nog komen. Als afsluiter
krijg ik een zeer pijnlijke injectie in m'n bil die in een paar minuten
door m'n hele been trekt. Erg pijnlijk, maar gelukkig snel weer over.
Het is ongelofelijk maar waar, in een half uur voel ik me weer helemaal
goed. Ik krijg een recept voor drie soorten pillen die ik de komende
vijf dagen moet slikken en het advies het de komende drie dagen rustig
aan te doen.
Na de pillen opgehaald te hebben eten we nog een ijsje en gaan dan gauw
slapen, want morgen moeten we heel erg vroeg op.
Als om half vier de wekker al gaat komen we maar met moeite ons bed
uit. In
een half uur maken we ons gereed voor vertrek, waarna Mauro, een
collega van tio Quique, ons in
een half uur naar het vliegveld brengt. Om half zeven
stijgen we op en vliegen in een uur naar Chiclayo in het noorden van
Peru. In Chiclayo nemen we een taxi naar het plaatselijke
jezuïetenklooster, waar de jeep
die we voor de reis naar het regenwoud
gaan gebruiken al klaar staat. De laadbak van de jeep is volgestapeld
met dozen gevuld met kleding en onderwijsattributen voor diverse
scholen. Over de dozen ligt een zeil tegen de regen en een stevig net
houdt de boel bij elkaar. Omdat één kant van de achterbank ingenomen
wordt door onze bagage is er nog precies genoeg zitruimte voor ons
drieën.
We
rijden eerst naar het nabijgelegen Lambayeque
en gaan op zoek naar het
museum van de Señor de Sipán. Uiteindelijk belanden
we in het Museo Nacional Brüning de
Lambayeque. Na enige verwondering dat het museum niet open is,
beseffen we ons ineens dat nog voor negen uur is... Gelukkig hoeven we
niet lang
te wachten en de in de haast opgetrommelde gids geeft ons een (iets te)
uitgebreide rondleiding. Dit museum staat, evenals de meeste andere
nationale musea die we bezocht hebben, wederom vol met keramiek van de
verschillende Inca-culturen. Ook zien we hier een mooi voorbeeld van quipu, een door de Inca's
ontwikkeld binair rekensysteem van touwtjes met knopen. Helaas zijn we
wat betreft de heer van Sipán verkeerd voorgelicht, want zijn
overblijfselen zijn enkele jaren geleden ondergebracht in een nieuw
museum een stukje verderop. Omdat we vandaag geen tijd meer hebben om
ook dit museum nog te bezoeken, stellen we dat uit tot onze terugkeer
aan het eind van de week.
Voordat we tegen elf uur aan de echte reis beginnen slaan we eerst
vier grote flessen water en wat fruit in. Via enkele dorpjes en langs
de piramides van Túcume rijden we naar de voet van de Andes. Om over de
Andes heen te komen moeten we van zeeniveau naar ruim twee kilometer
klimmen. Daar de zwaar beladen jeep hier redelijk wat moeite mee heeft
stoppen we enkele keren om de motor af te laten koelen. Opvallend zijn
de borden die we steeds langs de weg zien staan met allerlei
verschillende aansporingen om
goed om te gaan met het milieu. Uiteindelijk arriveren we om half twee
op het hoogste punt van de pas: Abra
Porcuya op 2137 meter boven zeeniveau. Na een korte stop in de
mist dalen we in anderhalf uur af naar het nonnenklooster in het dorpje
Pucara.
Hoewel onze komst aangekondigd is, hebben we zo lang over het
passeren van de Andes gedaan, dat de zusters even denken dat we niet
meer komen. Nu we alsnog aankomen voor een late lunch wordt gauw de
rijst opgewarmd en een een grote omelet gebakken. We laten ons het goed
smaken, krijgen ook nog een dessert en daarna vers fruit uit de tuin
van het klooster. Na het eten worden we rondgeleid door de tuin van
het
klooster waar we naast de ficus
van zo'n zeven meter onder andere de
mango-, papaya-
en grapefruitbomen bewonderen.
Tegen half vijf
vertrekken we weer en rijden tussen de uitlopers van de Andes en de
rijstvelden
door in twee uur naar Jaén, waar tio Quique in hotel
El Bosque een kamer voor
ons
gereserveerd heeft. Zelf slaapt hij bij bevriende jezuïeten. In Jaén is
het ruim 30 graden, maar tot onze grote verrassing is de kamer
uitgerust
met een airco! Na een frisse douche genomen en schone kleren
aangetrokken te hebben gaan we op zoek naar een restaurant. Het
restaurant dat tio Quique op het oog heeft is echter gereserveerd voor
een traditioneel gevierde 15e verjaardag. Dus houden we opnieuw een
zogenaamde mototaxi aan – een
brommer met 3 wielen die als taxi
gebruikt wordt – en vragen de bestuurder om ons naar een ander
restaurant te brengen. Na een ruige rit over wat onverharde straten
worden we afgezet bij een soort bar waar we weliswaar bier kunnen
drinken maar waar niets te eten is. Uiteindelijk laten we ons maar weer
terugbrengen naar het hotel, waar we prima diner voorgeschoteld krijgen.
Na vannacht lekker uitgerust te zijn vervolgen we onze reis
naar het
regenwoud om negen uur. We hoeven vandaag nog maar 120 kilometer, maar
zullen daar ruim zeven uur over doen. Aanvankelijk is de weg nog
verhard
en schieten we lekker op, maar na zo'n anderhalf uur nemen we de afslag
richting Chiriaco om de rest van de dag over zand- en modderwegen door
kuilen en
beekjes te hobbelen.
Het is erg mooi om te zien hoe de begroeiing, die
eerst nog laag is, steeds hoger en voller wordt.![]()
Tegen elf uur komen wij bij het punt waar de rivieren Marañón,
Chinchipe en Utcubamba samenkomen.
Omdat een van de rivieren veel
meer zand meevoert dan een andere, is na de samenvloeiing het
onderscheid toch nog goed te zien. Tegen twaalf uur houden we een korte
stop in het plaatsje Muyo, waar we in een restaurantje
wat drinken.
Weer onderweg passeren we een ander plaatsje waar het een drukte van
belang is omdat er markt
gehouden wordt. Terwijl de wegcondities
verslechteren en we enkele vrachtwagencombinaties passeren die
vastgelopen zijn in de modder, zien we in de verte de regenbuien
voorbij
trekken. Zelf houden we het gelukkig vooralsnog droog.
![]()
Na al enige tijd langs de rivier Chiriaco
gereden te hebben arriveren we om drie uur in het gelijknamige
plaatsje. Hier spoort tio Quique eerst padre Alfonso op, een van de
leraren van de school in Yamakai-entsa – ons reisdoel – die elke zondag
in Chiriaco een kerkdienst leidt. In het kerkje krijgen we van wat
aanwezigen een glaasje vruchtensap aangelengd met water. Nadat men ons
ervan verzekerd heeft dat het water gezuiverd en gekookt is, drinken we
het verfrissende en smakelijke drankje op. Ondertussen parkeert tio
Quique de
jeep in een garage naast de kerk, waarna we via een verlaten houtzagerij
naar de rivier lopen
en met
een zogenaamde guaro naar de
overkant gebracht worden. Een guaro
– ook wel
Boeing 707 genoemd – is een
soort kooi die op wieltjes aan een
dubbele kabelbaan hangt en door twee vrijwilligers die over de kabels
lopen naar de overkant van de rivier geduwd wordt.
Ook hier arriveren
we weer later dan we verwacht worden en ook hier
krijgen we rijst en omelet te eten. Na het eten worden we rondgeleid
over het complex, een internaat voor zo'n 300
meisjes tussen de 8 en 12
jaar, opgericht door de stichting Fé
y Alegría.
Na diverse lokalen en pleinen
bekeken te hebben verbazen we ons over de
slaapzalen die volgestouwd zijn met stapelbedden. De smalle bedjes zijn
voorzien van een naam en de onderste vaak van twee namen: door gebrek
aan ruimte worden de bedden vaak gedeeld. Op de houten bedden liggen
alleen lakens, geen matrassen want die hebben ze thuis ook niet.
Na afscheid genomen
te hebben van de zusters moeten we weer naar de andere kant van
de rivier. Dit keer stappen we echter niet in de guaro, maar in een pequepeque
– een smal houten bootje met een motortje dat klinkt zoals de naam van
de boot: pequepequepequepeque.
Na de jeep weer opgehaald te hebben, rijdt padre Alfonso een stukje met
ons mee, waarna we onze weg richting de eindbestemming vervolgen.
Het is inmiddels half zes geweest en tio Quique wil graag voor donker
in Imacita zijn. Aangezien de zon hier om kwart over zes
onder
gaat en het om zeven uur helemaal donker is, rijdt hij flink
door, wat hem de bijnaam Juan Padre
Montoya oplevert.
Ondanks de eindsprint is het toch donker tegen de tijd dat we
aankomen in
Imacita,
alwaar alleen een tochtje over de rivier Marañón ons nog scheidt van de
eindbestemming.
De pequepeque
die ons zou opwachten om ons naar Yamakai-entsa te brengen is helaas
nog niet gesignaleerd. Terwijl tio Quique een parkeerplek zoekt voor de
jeep, komen diverse dorpsbewoners ons vertellen dat er in verband met
gebrek
aan (maan)licht vanavond toch echt geen pequepeque meer van Imacita naar
Yamakai-entsa zal gaan. Teruggekomen van het parkeren van de jeep laat
tio Quique zich niet
ontmoedigen door dit bericht en besluit hij contact op te laten nemen
met Yamakai-entsa. Aangezien er geen telefoonlijn tussen de twee
plaatsen ligt, wordt er van een alternatieve communicatievorm gebruik
gemaakt: met een grote megafoon wordt Yamakai-entsa opgeroepen om toch
vooral een pequepeque te
sturen om padre Juan en zijn
gevolg op te komen halen.
Nu we even rustig zitten valt ons eigenlijk
pas goed op hoe warm en vochtig het hier is, je raakt al bezweet zonder
ook maar iets te doen. Na ongeveer een uur gewacht te hebben en ons
verwonderd te hebben over de mensen die buiten de buurtwinkel op
stoelen zitten te kijken naar de tv die binnen staat, menen we in de
verte het geluid van een motortje te horen. En inderdaad, enige tijd
later meert de pequepeque aan
en wordt onze bagage in de boot gelegd, waarna we instappen en in tien
minuten bij het schijnsel van wat zaklampen naar onze eindbestemming
gevaren worden.
Aangekomen
in
Yamakai-entsa worden we verwelkomd door Jorge, die ons – waar hebben we
dat vaker gehoord – veel vroeger had verwacht en al bijna dacht dat we
niet meer
zouden komen. Als welkosmtdrank heeft hij een pisco sour voor ons bereid, gevolgd
door heerlijke gevulde paprika's uit de oven. Dat gaat natuurlijk in
tegen alle verwachtingen die we hadden over de week in het regenwoud en
we zijn dan ook aangenaam verrast. Jorge is de jongste van drie paters
die de leiding hebben over de plaatselijke school: Colegio Valentín
Salegui. Hij vertelt enthousiast over zijn belevenissen en laat
trots de tijgerschedel zien die hij ooit eens gevonden heeft.
Ondertussen horen we op de achtergrond de dreunende geluiden van de
griezelfilm waar de leerlingen mee vermaakt worden.
Nadat Jorge ons naar het gastenverblijf gebracht heeft, uitgelegd heeft
dat het toilet doorgespoeld wordt
met een emmer die je van tevoren vult met water uit de regenton en dat
de douche werkt op (onverwarmd) regenwater, hangen we met veel moeite –
en dus zweet – de klamboes
op. Als we eindelijk in bed liggen horen we
eigenlijk pas wat een oorverdovend kabaal de krekels maken. Ondanks de
herrie kost het geen moeite om in slaap te komen.
Nadat we de regenwater-douche hebben uitgeprobeerd klimmen we een
stukje omhoog van het 'gastenverblijf' naar de algemene ruimte van de
paters. Als ontbijt eten we broodjes met 'zelfgemaakte' jam en
honing van de 'eigen' bijen. Het water voor thee, koffie, limonade of
om
zo te drinken komt uit een beekje en wordt daarna gefilterd en gekookt.
Onderzoek heeft uitgewezen dat er na filtering minder verontreiniging
in zit dan in het kraanwater van Peru, maar de meeste Peruanen koken
het kraanwater dan ook voor consumptie.
Na het ontbijt ontmoeten we padre Alfonso weer – met hem hadden we in
Chiriaco al kennis gemaakt – en stellen ons voor aan de derde pater:
padre Carlos. Jorge is inmiddels vertrokken naar een andere locatie en
hem
zien we de rest van ons verblijf dan ook niet meer terug. De school –
eigenlijk internaat – herbergt 150 jongens van ongeveer 10 tot 15 jaar
oud. De leerlingen zijn afkomstig van leefgemeenschappen in de
omgeving, hoewel dat hier een relatief begrip is: sommigen moeten
enkele dagen reizen, over de rivier dan wel door de jungle, om thuis te
komen. De meesten blijven dan ook het hele lesjaar op de school, waarna
ze een paar maanden vakantie hebben die dan thuis doorgebracht worden.
De school heeft een enorm terrein tot z'n beschikking met klaslokalen,
een computerruimte (!), werkplaatsen, opslagruimtes, huizen voor de
leraren, een eetzaal, een slaapzaal, een keuken met houtovens, een
kapel, een waterkrachtcentrale, twee voetbalvelden, hokken voor
varkens, eenden en cavia's, een veldje met koeien, een grote visvijver,
plantages voor bananen, citroenen, pepers en allerlei andere soorten
fruit en groente.
Om
een beetje bekend te worden met het terrein maken we met tio Quique een
wandelingetje waarbij we via de eetzaal eerst in de keuken
terecht
komen. Het eten wordt door de jongere leerlingen verzorgd en er zijn er
dan ook een paar bezig met het, op houtvuur, koken van een paar grote
ketels met rijst
en bananen. Na een kort praatje lopen we door in de
richting van de klaslokalen, maar belanden daarbij eerst in de
computerruimte.
Hier staan zo'n 30 computers waarop les gegeven wordt.
Door de hoge vochtigheidsgraad gaan ze wel wat sneller stuk, maar
meestal kunnen ze het zelf wel weer repareren. Het verrassendste aspect
vinden we dat we midden in de jungle zitten, maar dat er dag en nacht
220 Volt beschikbaar is en dat we niet eens zuinig hoeven te doen met
energie! De stroom wordt namelijk opgewekt door een waterkrachtcentrale
waar de school sinds drie jaar over beschikt. Voor die tijd maakte men
gebruik van een olie verslindende generator die enorm stonk en ook nog
eens een vreselijk kabaal maakte. De generator stond alleen overdag
aan, dus 's avonds en 's nachts was je aangewezen op het gebruik van
zaklantaarns.![]()
Na een kijkje genomen te hebben in de goed uitgeruste bibliotheek
lopen
we langs de lerarenruimte door naar de klaslokalen,
waar de lessen
onderbroken worden om even kennis te maken. In de klas
van padre
Alfonso hangt een wereldkaart aan het bord en na ons voorgesteld te
hebben vraagt hij de leerlingen of ze weten waar Nederland ligt. Het
eerste antwoord is Azië, maar de tweede leerling noemt zowaar Europa,
al weten ze vervolgens niet precies waar Europa eigenlijk ligt.
Hoewel de leerlingen onderwezen worden in het Castiliaans (Spaans) is
dat niet hun eerste taal. Het lijkt een van hen dan ook aardig om ons
een vraag te stellen in de eigen taal die wij dan, na vertaling, moeten
beantwoorden in het Nederlands.
Na deze culturele uitwisseling vervolgen we onze wandeling langs
enkele woonhuizen voor leraren en de visvijver
en komen uiteindelijk
uit bij de waterkrachtcentrale. Helaas is de deur op slot en heeft tio
Quique de sleutel niet bij zich, dus kunnen we vooralsnog binnen geen
kijkje nemen. Omdat het de vorige dag nogal geregend heeft is het pad
dat via de bananenplantage
naar het stuwmeertje
leidt nogal glibberig
geworden en keren we na enkele onbedoelde glijpartijen terug
naar de
algemene ruimte. Heel even doet het regenwoud z'n naam eer aan, want
voor het eerst (en het laatst) deze vakantie vallen er wat spetters.
Als
we aankomen bij de algemene ruimte zijn de lessen inmiddels afgelopen
en willen de paters ons
natuurlijk eerst de kapel
laten zien. Vanuit de wat hoger gelegen kapel
heb je een prachtig uitzicht op het regenwoud. In de kapel staan
allemaal apart vormgegeven krukken. Men vertelt
ons dat de leerlingen
deze naar een oud gebruik zelf maken en dat het abstracte schildpadden
voorstellen. Buiten de kapel hangt een tuntui
– een traditioneel slaginstrument – waarmee een ver dragend
geluid gemaakt kan worden. Helaas worden dergelijke instrumenten bijna
niet meer gemaakt en gaat de benodigde kennis daartoe dan ook langzaam
verloren.
Het is inmiddels half één en dat is het vaste tijdstip waarop hier
geluncht wordt. De lunch, die voor de paters en voor ons klaargemaakt
wordt door de huishoudster, bestaat uit een bord soep gevolgd door een
bord rijst met kippenvlees en een sausje. Daarna komt de fruitschaal op
tafel met bekende en onbekende vruchten, uiteraard proberen
we de
onbekende.
Na de lunch worden we vergezeld door padre Carlos en door Francisco,
een externe adviseur die elke maand een paar dagen langs komt om te
inventariseren hoe het gaat met de dieren en gewassen. Eerst lopen we
naar de chanchos (varkens),
waarvan ze hier zowel de roze (Yorkshire) variant hebben, zoals wij die
kennen, als
bruine en zelfs gevlekte. Ze worden net gevoerd en krijgen carambolas
en bladeren van bananenbomen te eten. Overigens fokken ze varkens niet
alleen om zelf op te eten, maar verkopen ze deze ook door, waarna voor
de opbrengst dan onder andere
weer rijst gekocht wordt. Over rijst gesproken: padre Carlos liet me op
een gegeven moment
een grote kluis zien, waar na opening alleen maar zakken rijst in
bleken te liggen. De reden hiervoor is dat als ze de rijst elders
bewaren, het opgegeten wordt door de meest uiteenlopende beesten. Via
de eendenkooien lopen we door naar de cuyes
(cavia's), welke wel bedoeld zijn om op te eten. Het gaat niet zo goed
met de cavia's,
ze planten zich namelijk nauwelijks voort. Volgens
Francisco komt dat doordat het te warm is, hij adviseert dan ook een
ventilator neer te zetten.![]()
We vervolgen de rondleiding via onder andere de visvijver
en de peper-
en
cacaoplantages,
waarna we wederom uitkomen bij de waterkrachtcentrale.
Dit keer is de
sleutel er wel en kunnen we de centrale van binnen bekijken.
In de drie jaar dat de centrale nu in bedrijf is, is er nog nooit een
probleem geweest en heeft de centrale 24 uur per dag en 7 dagen per
week gedraaid. In de centrale hebben we onze eerste confrontatie met
een isula. Dat is een enorme
mier (2 tot 3 cm lang) waarmee elk contact vermeden dient te worden
omdat een
steek – deze mier steekt met zijn achterlijf – vreselijk pijnlijk is en
lelijke ontstekingen kan veroorzaken.
Na de excursie lopen
we weer terug naar de algemene ruimte, waar om
vijf uur de radiozender
aangezet wordt. Omdat hier geen telefoon is en
de internetverbinding via satelliet volgende maand pas verwezenlijkt
wordt, is dat tot nog toe de enige manier om contact met de
buitenwereld
te houden. Er zijn vaste afspraken over de tijden waarop contact
gezocht wordt met de diverse zenders. Eerst zijn om vijf uur de
leerlingen aan de beurt die contact zoeken met vrienden en familie.
Daarna wordt tussen zes uur en half zeven door de paters contact
gemaakt met onder andere Santa Maria de Nieva, Chiriaco en Lima.
Vervolgens
gaan we eten waartoe de restanten van de lunch opgewarmd worden. Wat er
dan nog
overblijft is voor de drie honden en de kat. Bij het eten wordt wijn
gedronken – uit pakken – wat mij wel verstandig lijkt: wat alcohol om
kwaadwillige bacteriën te doden kan natuurlijk geen kwaad en het smaakt
ook nog eens goed.
's Avonds is er niet veel meer te doen, maar dat geeft niet want door
de combinatie van de hitte, de vochtigheid en de excursies hebben we
toch niet zoveel energie meer. Na een poging nog wat te lezen zoeken we
al gauw de veiligheid van de klamboes op en vallen in slaap.
Helaas
is het vanaf vandaag Mari haar beurt om problemen met de darmen te
hebben, het is overigens niet helemaal duidelijk of dit van het eten of
het water komt of van de malariapillen. Met tio Quique gaat het ook
niet zo goed want hij heeft nogal last van een beginnende bronchitis.
Het komt erop neer dat ik voor de activiteiten van vandaag ben
aangewezen op mezelf en de 'locals'.
In eerste instantie besluit ik om in de omgeving van de algemene
ruimte eens te speuren naar lokale fauna. Al gauw vind ik een lang
spoor met bladsnijdersmieren.
Deze mieren snijden stukken van blaadjes
die vaak vele malen groter zijn dan zijzelf en vervoeren deze
vervolgens naar het nest. Op sommige van de blaadjes zit ook nog een
klein miertje, naar verluidt van dezelfde soort, maar hun functie is
onduidelijk. Bij een niet meer in gebruik zijnd gebouwtje vind ik een
termietentunnel. Als ik weer doorloop lijken er wat dorre bladeren van
de houten muur te vallen, maar bij nadere inspectie blijken het enorme
motten te zijn die zowel in uiterlijk als in gedrag dorre bladeren
imiteren. Ook zie ik af en toe hele grote blauwe vlinders vliegen met
veel 'ogen' op hun vleugels. Helaas zijn deze vlinders heel moeilijk
benaderbaar en als dat dan eindelijk lukt blijkt dat ze hun vleugels
gesloten houden als ze stil zitten. Na ook nog een groen-zwart
gestreepte kikker
te hebben gespot, ga ik terug naar de algemene ruimte.
Hier aangekomen vraagt padre Carlos of ik het leuk vind om met Aldo
mee te gaan op zijn ronde. Aldo werkt voor de school en is het 'manusje
van alles'. Hij houdt in de gaten dat er geen storingen optreden in de
toevoer van water en stroom, voert reparaties uit aan gebouwen en
infrastructuur, transporteert goederen voor de school over de rivier en
verricht nog allerlei andere hand- en spandiensten. Hoewel Aldo geen
Engels spreekt en ik nog niet erg vertrouw op mijn taalvaardigheid in
het Castiliaans, lijkt me dit toch erg interessant. Ik loop met Carlos
naar de lerarenruimte waar hij me voorstelt aan Aldo en we samen op pad
gaan. Het is even wennen aan zijn manier van praten en het blijft veel
zoeken naar woorden, maar het lukt beter dan ik had verwacht. Aldo is
nog nooit verder dan Chiclayo geweest en is vooral geïnteresseerd in de
prijzen van allerlei artikelen in Nederland, zoals een kilo vlees, een
fles bier, mijn fotocamera en ga zo maar door. Ik probeer hem duidelijk
te maken dat het erg moeilijk te vergelijken is en dat je voor het
bedrag waarvoor je in Nederland alleen maar in een taxi mag gaan zitten
– het starttarief – in Peru al bijna 10 ritten kunt maken.
We komen uiteindelijk uit bij het stuwmeertje voor de
waterkrachtcentrale waar de aanvoer van nieuw water minder is dan het
zou moeten zijn. Aldo denkt dat de water-inlaten in de hoger gelegen
beek verstopt
zijn met bladeren en er iemand naar boven zal moeten om ze schoon te
maken. Omdat het al tegen twaalf uur loopt is daar nu geen tijd meer
voor en zal het na de lunch moeten gebeuren.
De lunch bestaat vandaag uit soep gevolgd door aardappelen met een
smakelijke dikke gele saus van een ons onbekende groente. Naast de
'gewone' aardappelen eten we ook cassave (wortel van de yuca), zoete
aardappelen (oranje van kleur en ze smaken ook een beetje naar
zachtgekookte wortels) en tenslotte sachapapas
ofwel 'nep-aardappelen'. Deze laatste variant is, na gekookt te zijn,
voornamelijk wit van kleur met hier en daar paarse verkleuringen, ziet
er al met al niet zo smakelijk uit en is dat ook niet echt.
Carlos
heeft geregeld dat ik mee kan naar de beek om de water-inlaten
schoon te maken, dus om kwart over twee loop ik naar de lerarenruimte.
Aanvankelijk zou ik met Aldo naar de beek gaan, maar er is iets
tussendoor gekomen, waardoor hij niet kan. In zijn plaats gaat Velardi,
een leerling uit de hoogste klas. Met de ervaring van vanmorgen kom ik
al wat beter uit m'n woorden en denk er, in tegenstelling tot
vanmorgen, zowaar aan onderweg
ook wat foto's te maken. Na een mooie
wandeling door het regenwoud
arriveren we bij de beek
en zien dat
de water-inlaten inderdaad vol zitten met grote bladeren. Samen halen
we de bladeren waar we zo bij kunnen eruit. Als ik denk dat we klaar
zijn en een stukje langs en door de beek loop om wat vlinders
te
fotograferen, springt Velardi
tot z'n middel in het water om daar nog
meer inlaten van bladeren te ontdoen. Op de terugweg zien we, naast
prachtige uitzichten,
nog een isula, een vervaarlijk uitziende
rups,
een groen-geel-zwarte krekel
en een specht.
In de namiddag is het redelijk helder dus padre Alfonso raadt me aan
tegen zessen naar het strandje bij de rivier te lopen om een mooie
zonsondergang te kunnen zien. Dat hoef je mij geen twee keer te zeggen,
dus om zes uur sta ik op het strandje waar ik de lucht alle kleuren
tussen oranje, rood, roze en paars zie aannemen. Na
dit indrukwekkende
schouwspel
is het alweer tijd voor het avondeten dat wederom bestaat
uit het restant van de lunch.
Na het eten stelt Alfonso voor om op de
computer foto's te bekijken die hij in het verleden in Yamakai-entsa en
Chiriaco gemaakt heeft. Ik neem plaats achter het toetsenbord en bij de
eerste de beste aanslag loopt er doodleuk een isula het toetsenbord op!
Ik ren weg naar de algemene ruimte, niet uit angst zoals men even
denkt, maar om m'n camera
te pakken en foto's
te kunnen maken met wat referentiemateriaal
erbij.
Als ik
klaar ben met fotograferen pakt padre Carlos de mier met een tang en
laat zien hoe hij met z'n achterlijf continu de tang probeert te steken.
Na de opwinding bekijk ik alsnog de foto's en zie daarop onder
andere dat hoewel de kinderen niet verplicht zijn elke zondag naar de
kapel te gaan, wel van ze verwacht wordt dat ze de katholieke
feestdagen vieren. Daarbij worden dan wel de lokale gewoontes
gerespecteerd en kan het dus gebeuren dat in de kerststal Jozef en
Maria traditioneel Indiaans gekleed zijn. Ook wordt tijdens elk feest
op
traditionele wijze muziek gemaakt en gedanst. Het grappige hieraan is
dat in de tijd van de Inca's de Spanjaarden het katholieke geloof ook
overgoten met een traditioneel sausje in de hoop het zo wat
acceptabeler te maken, blijkbaar is er wat dat betreft niet veel
veranderd.
Voor vandaag staat een boottochtje over de rivier Marañón op
het
programma. Helaas voelt Mari zich nog niet goed genoeg om mee te gaan,
dus loop ik na het ontbijt met tio Quique naar de aanlegplaats. We gaan
met de grootste boot die de school rijk is en onze kapitein heet Jaco.
De tocht begint stroomafwaarts,
dus we gaan redelijk snel. We passeren
enkele leefgemeenschappen
die in het algemeen herkenbaar zijn aan de
aanwezigheid van een concentratie bananenbomen en waar gemiddeld zo'n
20 tot 30 gezinnen wonen. Vanaf het water is goed te zien hoe
ondoordringbaar het regenwoud
is.
Na
ongeveer een half uur keert Jaco de boot. Dat lijkt misschien
wat snel, maar stroomopwaarts ga je ongeveer vier keer zo langzaam, dus
we
zijn nog wel even onderweg. Al gauw blijkt dat de boot niet genoeg
diepgang heeft om tegen de stroming in te varen, dus we stoppen
bij een
strandje waar veel grote stenen
liggen. Na de boot hiermee verzwaard te
hebben en het schieten van wat mooie plaatjes gaan we weer verder. Het
valt tio Quique op dat er in vergelijking met andere jaren dat hij hier
was erg weinig vogels zijn. Af en toe zien we wat dwergpapagaaitjes
vliegen, maar daar blijft het wel zo'n beetje bij. Wat ook spijtig is
is dat er relatief veel vuil langs drijft. Helaas blijkt dat de
inwoners
niet al te veel gevolg geven aan de aansporingen van de overheid tot
een goede omgang met het milieu en hun rotzooi gewoon in de rivier
gooien.
Omdat we nu veel langzamer gaan en meer langs de kant varen kunnen
we alles goed bekijken. Zo valt me ineens op dat er diverse bomen
langs het water staan met lianen
eraan, dat is wat je van een regenwoud
verwacht! Ook komen we nu regelmatig andere boten
tegen. Als
ervaren bootsman stuurt Jaco de
boot nu en dan naar de andere kant van
de rivier indien de stroming dat vereist en na tweeënhalf uur leggen we
weer aan in Yamakai-entsa.
De lunch
bestaat vandaag uit soep, zoals gewoonlijk, en rijst met
reepjes rundvlees. Dat is wel een aardige introductie op m'n volgende
onderneming: ik ga mee met een paar van de oudere leerlingen
die de
koeien verzorgen. Ze leggen me uit dat de jongere leerlingen leren
omgaan met de kleinere (jongere) planten en dieren – eenden, cavia's –
en de oudere met de grotere gewassen en dieren – varkens, koeien.
Aangekomen bij het hellende veld met een grassoort van een meter
hoog, blijkt dat de stier – Fernandez – losgebroken is. Met de grootste
omzichtigheid wordt 'ie weer gevangen
en aan een boom gebonden die
één van de jongens inmiddels met z'n machete kaalgekapt heeft. Op de
school (ook op de meisjesschool in Chiriaco) heeft iedere leerling z'n
eigen machete. Vooral in het begin was dat even wennen want die dingen
zijn vlijmscherp en ze lopen er continu mee rond.
Nadat
Fernandez weer vast gezet is worden de overige vier koeien verplaatst
naar een plekje met vers gras en worden ze voorzien
van een portie
zout. De koeien worden trouwens niet gemolken, maar worden
grootgebracht om bij
speciale gelegenheden geslacht en opgegeten te worden. Ondertussen
trekken in de
verte wat onweerswolken
voorbij, maar zelf houden we het droog.
Op de terugweg komen we twee nogal opgewonden leerlingen tegen. Het
blijkt dat ze tijdens het werk een
vogelspin en een koraalslang
gevangen
hebben. De vogelspin leeft nog, maar de slang was gevaarlijk en hebben
ze een doodslag gegeven. Ze hebben beide dieren bij zich en het is de
bedoeling dat ik er een foto van maak. Als ik terug in de algemene
ruimte deze laatste foto laat zien, wordt de jongen met de slang weer
opgetrommeld en moeten padre
Alfonso en ik ook op de foto terwijl we de
slang vasthouden. Omdat we nu toch bezig zijn zet Alfonso een groepje
jongere leerlingen op de foto,
terwijl ik, tot grote hilariteit van de
jongens, met slechts slippers aan m'n voeten in een mierennest ga staan
en van alle kanten gebeten wordt.
![]()
Het
lijkt erop dat ons vandaag weer een mooie zonsondergang te wachten
staat, dus ik loop samen met Mari die zich al wat beter begint te
voelen, naar het strandje
waar we niet teleurgesteld worden. Op het
strandje komen we ook weer een isula tegen die ons aanvankelijk steeds
achterna loopt. Op een gegeven moment loopt 'ie het water in, zwemt
een stukje om even verderop op een steen te klimmen en laat ons verder
met rust.
Het is een heldere nacht, dus ik maak nog wat foto's van het
zuiderkruis
en omringende sterrenbeelden. Het lijkt me ook wel leuk om
wat foto's met vuurvliegjes te maken, maar die laten zich vannacht
helaas niet zien. We gaan vroeg naar bed want morgen hebben we een
vermoeiende reis voor de boeg.
Vandaag
beginnen we de reis terug naar Haarlem die in totaal zo'n vier dagen in
beslag zal nemen. Na afscheid
genomen te hebben van padre Alfonso,
zwaait
hij ons samen met Lasi, een van de drie huis-hondjes, uit vanaf
het strandje en brengt Aldo ons met de pequepeque
naar Imacita. We worden vergezeld door Padre
Carlos, want die
moet even wat inkopen te doen in Imacita. Daar
aangekomen halen we zelf
ook eerst wat proviand voor de reis op de plaatselijke markt
waar naast
voedsel, kleding en gereedschap – machetes voor 8 sol – ook (illegale)
dvd's te koop zijn van films die nog niet eens in de bioscoop draaien.
Nadat tio Quique de jeep weer opgehaald heeft nemen we ook afscheid van
padre Carlos en Aldo en begint het hobbelen
door de gaten in de weg
weer. Gelukkig voelt Mari zich vandaag weer een stuk beter, dus ook
voor haar is het goed vol te houden.
![]()
Als
we twee uur onderweg zijn houden we de eerste stop bij een klein
benzinestationnetje waar we de olie laten bijvullen. Naast het
stationnetje ligt op een vat een papaya waar een toekan
van zit te
eten. Even later ontwaren we in de boom die ernaast staat nog twee
toekans.
Hoewel ze niet vast zitten vermoeden we dat het hier tamme
exemplaren betreffen. Toch vinden we het leuk om in ieder geval nog wat
van deze vogels gezien te hebben.
We vervolgen onze weg over de slechte weg door de diverse dorpjes. Veel
meer dan op de heenweg heb ik nu oog voor de bomen
en planten
langs de
weg, waarschijnlijk omdat ik tijdens de afgelopen dagen diverse soorten
heb leren te onderscheiden. Ook de verschillende bouwstijlen van de
diverse huisjes vallen nu pas op: sommigen
zijn gebouwd van ronde
bamboe stokken met de bladeren van de aguaje
– een soort palm – als dak, anderen
bestaan uit opengerolde bamboe en
hebben een dak van metalen golfplaten. Langs de weg zien we ook veel achotes, dat zijn struiken met
stekelige rode vruchten die gebruikt worden om rode verf van te maken.
Als je iemand ziet met rode verf op z'n gezicht, dan is er niets aan de
hand, want dat is de gebruikelijke versiering bij feesten; als je
echter iemand tegenkomt met rode èn zwarte verf op z'n gezicht, dan
moet je oppassen, want dan is er een geschil dat, mogelijk met geweld,
opgelost moet worden. Gelukkig zijn we in de praktijk alleen maar
mensen met rode verf op hun gezicht tegen gekomen...
Tegen twee uur arriveren we weer in Muyo, langs de rivier Moyuna,
en stoppen bij hetzelfde
restaurantje – Don Jose –
als waar we op de heenweg wat gedronken hadden. Dit keer eten we er wat
en
kunnen daarbij kiezen uit kip en rund. We bestellen tweemaal kip,
eenmaal rund, bier en water. Even later krijgen we een bord met een
flinke hoeveelheid rijst, bonen met een sausje erover en twee stukjes
kip dan wel rund. Het vlees is niet zo mals, maar het is goed te eten.
Als
we na het eten de rekening krijgen vragen we ons af hoe de eigenaar van
het restaurant ooit rond kan komen: kip 3,75 sol per stuk en rund 5
sol, het bier is met 8 sol nog het duurst (herinner dat 1 euro iets
meer dan 4 sol doet).
Nadat
we weer een uurtje onderweg zijn rijden we wederom langs het punt
waar de rivieren Marañón,
Chinchipe en Utcubamba samenvloeien. Omdat het vandaag nogal waait
geeft dat mooie zandverstuivingen
op de drooggevallen zandbanken tussen
de rivieren in. Direct na dit punt rijden we een laagvlakte
in waar
volgens tio Quique in de oertijd een groot meer moet zijn geweest. De
weg wordt langzamerhand weer beter en het duurt niet lang of we rijden
over asfalt het laatste stuk naar Jaén, alwaar we in hetzelfde hotel
slapen als op de heenweg.
Zo vlak na ons verblijf in het regenwoud vinden we het hier heel erg
luxueus, met een betegelde badkamer, een toilet met bril en een warme
douche! Na ons opgefrist te hebben drinken we een biertje op het terras
naast het zwembad en kijken of we dit keer meer geluk hebben bij het
restaurantje waar we op de heenweg niet terecht konden vanwege een
feestje. Dat hebben we en onder begeleiding van hits uit de jaren '70
en '80 op de televisie eten we vanavond vis. Daarna nemen we de
mototaxi
terug naar het hotel en slapen heerlijk in onze gekoelde kamer.
Om
acht uur schuift tio Quique aan bij het ontbijt, zelf heeft 'ie
de nacht weer doorgebracht bij de bevriende jezuïeten. Bij een controle
van de jeep heeft 'ie ontdekt dat er gisteren bij het bijvullen van de
olie een stukje van de peilstok is afgebroken. Omdat dit stukje in het
oliereservoir is gevallen is hij bang dat dat een probleem op zou
kunnen leveren, bovendien is het nu niet mogelijk om de olie te peilen.
Om half negen staan we dus in een werkplaats – garage kun je het niet
noemen – en wordt door twee jongens het reservoir onder de auto
vandaan
geschroefd. Het gaat allemaal niet zo snel en na een kleine twee uur
zit de bak weer onder de jeep
en is het afgebroken stukje weer aan de
peilstok gesoldeerd. De rekening bedraagt 25 sol (±6 euro). Tijdens het
werk aan de jeep zat een paar meter verderop een groep andere monteurs
te kaarten om veel hogere bedragen...
Om tien uur kunnen we dan toch vertrekken, maar het duurt niet lang of
we lopen vast in een klein dorpje. Er is markt
hier en de gewoonte is
om alle spullen uit te stallen op de weg,
waar het verkeer ook nog
overheen moet. In feite is er één rijstrook over voor het verkeer van
beide kanten. Na een hoop getoeter en geschreeuw – niet door ons, maar
wel door de andere chauffeurs – komen we uiteindelijk los en kunnen
onze rit naar de Andes voortzetten.
Bijna
bij het hoogste punt van de Andes – we zien de wolkenslierten
vlak
boven ons de bergen in kruipen – stoppen we even om wat Chirimoyas te eten. Chirimoyas zijn grote groene
vruchten met zacht, wit vlees rond grote zwarte pitten; ze hebben een
aparte, zoete smaak en geven vast heel veel energie. Op een muurtje van
een verlaten huisje dat vlakbij staat vind ik een prachtige rups met
vele cactus-achtige stekels op z'n lijf. Na de rups bewonderd en
gefotografeerd te hebben gaan we weer op weg en passeren al gauw het
hoogste punt van de pas, waarna we aan de afdaling beginnen.
Nu we de Andes achter ons gelaten hebben rijden we door een vlak,
zanderig landschap met verspreid staande bomen, dat ons een beetje aan
een savanne
doet denken. Af en toe is de weg over enkele tientallen
meters verlaagd om in het regenseizoen de rivieren vrij baan te geven
zonder dat de wegen weggespoeld worden. Nu stroomt er op deze plekken
gelukkig maar weinig water over de weg, dus we kunnen flink doorrijden.
Echter, sinds gistermiddag maakt de motor meer lawaai dan we gewend
waren, een beetje alsof de uitlaat stuk is, maar ineens wordt dat
geluid veel harder. Bij een korte inspectie
in het eerste dorpje dat we
tegenkomen blijkt dat de uitlaat bij de motor stukgetrild is. We hoeven
niet zo ver meer en omdat het op wat extra herrie na verder geen kwaad
kan besluiten we het maar te laten voor wat het is en de jeep achteraf
te laten repareren.
Met knallende motor rijden we een uurtje later Lambayeque binnen alwaar
we opnieuw op zoek gaan naar het museum Tumbas Reales de Sipan, dat we
dit
keer gelukkig wel snel vinden. De pech lijkt ons vandaag echter een
beetje te achtervolgen, want we mogen het museum niet in omdat de
president van Peru er op bezoek is. Al gauw zien we de helikopter met
de president erin vertrekken, maar we besluiten om eerst maar even wat
te gaan eten. Als we even later terugkomen mogen we dan toch nog naar
binnen.
Dit
museum kent
blijkbaar hele strenge veiligheidsmaatregelen want we moeten niet
alleen onze rugtassen afgeven, maar mogen zelfs geen mobiele telefoons
mee naar binnen nemen. Voordat we naar binnen mogen wordt dit zelfs met
een metaaldetector gecontroleerd. Onze gids vertelt trots dat 'ie wel
vijf talen spreekt, maar heeft niet door dat z'n Engels vrijwel
onverstaanbaar is. Het museum is schitterend vormgegeven en ingericht,
dit is veruit het mooiste museum dat we tijdens de hele vakantie gezien
hebben. In het museum zijn vele vitrines met gerestaureerde voorwerpen,
met name koperen, zilveren en gouden sieraden, die men gevonden heeft
in diverse graven van een piramide in het nabijgelegen plaatsje Sipan.
Het uitgebreidste graf was van een belangrijk man – El Señor de Sipan, wellicht een
koning – en bevatte de mooiste sieraden. Van enkele graven zijn in het
museum reconstructies gemaakt en ook zijn er foto's van de opgravingen
te zien. Om een indruk te krijgen van hoe alle kleding en sieraden
gebruikt werden, is de ruimte waar de rondleiding eindigt ingericht met
diverse bewegende poppen, voorzien van de kleding en sieraden zoals men
die gevonden heeft in de graven. Het is erg indrukwekkend allemaal.
Na buiten het museum nog wat handwerkwinkeltjes bezocht te hebben,
halen
we de afgegeven spullen weer op en rijden het laatste stukje van
Lambayeque naar Chiclayo. In Chiclayo leveren we de jeep
weer af bij
het klooster waar we 'm opgehaald hadden. Binnen praten we onder het
genot van een cognacje nog wat na over de belevenissen, niet wetende
wat ons nog te wachten staat...
Half zeven komen we met een taxi aan bij het vliegveld, maar ter
plekke wordt al het verkeer stil gezet en komt met loeiende sirene een
ziekenwagen aangereden. Na tien minuten in de taxi gewacht te hebben
vragen we aan een politieman wat er gebeurd is en horen dan dat er een
rampenoefening plaatsvindt. We halen opgelucht adem en lopen met de
bagage naar de wachtende menigte bij de hekken van het vliegveld. Even
later mogen we dan toch nog naar binnen en checken in na een half
uurtje in de rij gestaan te hebben.
Ons vliegtuig zou om 21:40 vertrekken, maar om half tien wordt gemeld
dat er een vertraging van een kwartier is en een kwartier later is dat
een half uur geworden. Ondertussen zien we buiten het vliegtuig al
staan waarbij de 'motorkap' van een van beide motoren open staat en
badend in het licht bestudeerd wordt door diverse technici. Blijkbaar
is het een ernstig probleem want om half elf is de vertraging al
opgelopen tot vijf kwartier en om elf uur wordt gemeld dat het
vliegtuig niet gerepareerd kan worden en dat gewacht wordt op de
bevestiging dat er een vervangend vliegtuig uit Lima gestuurd wordt. We
waren er al bang voor maar om half twaalf komt dan de officiële
bevestiging dat de vlucht afgelast wordt en dat we naar de
incheckbalie moeten om de vlucht om te boeken en eventueel de bagage
af te halen.
Helaas komen we nogal achterin de rij terecht en al gauw blijkt dat het
nog wel even gaat duren. De winkeltjes en barretjes zijn inmiddels
gesloten dus we zullen het moeten doen met de paar koekjes die tijdens
het
wachten uitgedeeld worden. Al gauw loopt er een medewerker van de
luchthaven langs de rij en vraagt ons of we een aansluitende vlucht
hebben. Als we hier bevestigend op antwoorden vraagt hij naar onze
KLM-tickets
en neemt deze mee naar achteren.
Na twee uur in de rij gestaan te hebben komen we al aardig in de
buurt van de balies. Maar dan gaat het mis: de vrouw die aan de beurt
is krijgt blijkbaar te horen dat de vlucht voor de volgende ochtend vol
zit en de vlucht daarna pas morgenavond gaat, ook zou er geen plek meer
zijn in de hotels in Chiclayo. Nadat ze deze informatie hardop herhaalt
zodat alle wachtenden het kunnen horen duurt het niet lang of de zoëven
nog keurige rij verandert in een schreeuwende meute. Uiteraard slaat
ook ons de schrik om het hart, want als we pas met de avondvlucht naar
Lima kunnen, dan kunnen we de aansluiting op onze vlucht naar Nederland
wel vergeten.
Samen met tio Quique wurm ik me door de menigte een weg naar een van de
balies aan de zijkant, waar we de aandacht van de jongen die onze
tickets heeft ingenomen weten te trekken. Hij heeft het blijkbaar erg
druk, maar stuurt even later een van de andere medewerkers naar ons
toe. Nadat ze onze KLM-tickets opgespoord heeft duurt het niet lang of
we krijgen, wonder boven wonder, tickets voor de ochtendvlucht naar
Lima en mogen meelopen naar buiten, waar we al gauw opgehaald worden
door een taxi die ons naar een groot hotel in de buurt van het
vliegveld brengt.
Om half drie liggen we eindelijk in bed. Maar niet voor lang, want we
moeten er om half zeven al weer uit. Na het meest uitgebreide ontbijt
van de hele vakantie en zonder ook maar een sol te hoeven betalen,
nemen we de taxi terug naar het vliegveld, waar we om acht uur weer
inchecken. Het vliegtuig van gisteren staat er nog steeds, maar
gelukkig vliegen we met een ander toestel naar Lima.
Aangekomen in Lima heeft een collega van tio Quique de auto naar het
vliegveld gebracht en rijden we weer naar het hoofdkantoor van Fe y
Alegría. Aldaar downloaden we ook de foto's van het regenwoud – de
vier Compact Flash kaartjes zijn alweer bijna vol – naar de laptop van
tio Quique, waarna we het branden van de eerste back-up-CD starten.
Als laatste maaltijd in Lima voor de lange vlucht naar Nederland
besluiten we om geen risico te nemen, dus dit keer geen ceviche maar gegrilde kip met patat.
Terug in het kantoor branden we de tweede back-up-CD, frissen ons nog
even op en pakken ook de achtergelaten spullen weer in. Om vijf uur
vertrekken we dan voor het tweede deel van onze thuisreis en worden
door tio Quique naar het vliegveld gebracht. Na een uurtje in de rij
checken we in en drinken met z'n drieën nog even wat op een groot plein
met allerlei geschakelde fastfood-restaurants. Vervolgens betalen we de
luchthavenbelasting van 57 US-dollar (voor twee personen) en gaan in de
rij staan voor de immigratiedienst. Helaas is het strookje van het
formulier dat we op heenvlucht hadden gekregen en je geacht wordt bij
vertrek weer in te leveren ergens tussen Arequipa en Cusco uit mijn
paspoort verdwenen en moet ik voor vier dollar een nieuw formuliertje
kopen. Na dit ingevuld te hebben mag ik gelukkig alsnog het land
verlaten...
Tegenover de gate is een winkel van de keten Alpaca 111 waar we nog wat
artikelen van alpacawol kopen. Bij de gate zelf worden geplastificeerde
kaarten uitgedeeld in de kleuren blauw, groen, geel en rood. Het
instappen gaat op kleur en kom waarschijnlijk overeen met en positie in
het vliegtuig. Dit keer zitten we beter dan op de heenweg: de linker
twee stoelen van de rij van drie aan de rechterkant van het vliegtuig.
Na drieënhalf uur zet het vliegtuig de landing op Bonaire in en even
denken we dat de thermometer van het vliegtuig stuk is want op twee
kilometer hoogte staat er al 18 graden op. Maar het klopt toch echt,
hoewel het op Bonaire midden in de nacht is, is het buiten 30 graden.
We besluiten toch maar even uit het vliegtuig te gaan, we mogen er
straks immers nog ruim negen uur in zitten en drinken wat in de
gekoelde wachtruimte.
Tijdens de rest van de vlucht zie ik de helft van Ocean's Twelve, net genoeg om het
stukje te zien dat in Haarlem is opgenomen, daarna doezel ik steeds
weg en lukt het niet echt meer om de film te volgen. Omdat we hebben
gelezen dat de beste manier om een jetlag te
voorkomen eruit bestaat zo snel mogelijk weer het ritme van de
bestemming aan te nemen, proberen we zo weinig mogelijk te slapen. Op
wat hazenslaapjes na lukt dat redelijk.
Na de landing wordt medegedeeld dat er een extra paspoortcontrole zal
zijn, dus we gaan weer geruime tijd in de rij staan voor een lang en
onzinnig gesprek met een overijverige douanebeambte over hoe lang we in
Peru geweest zijn, wat we daar gedaan hebben, wat voor werk we doen en
wanneer we weer aan het werk gaan. Daarna moeten we door
detectiepoortjes en voordat we de bagagehal in mogen hebben we wederom
een
paspoortcontrole. De koffers zijn inmiddels al gearriveerd en als we ze
gepakt hebben moet alle bagage nogmaals door de scanner. Als dat dan
ook
zonder problemen gelukt is mogen we eindelijk naar de aankomsthal,
waar we gauw de gehuurde telefoon terugbrengen naar het Rentcenter.
Uitgeput stappen we in de Zuidtangent die ons in een half uur weer
thuis brengt. Omdat we van de afgelopen 50 uur er slechts vier slapend
doorgebracht hebben, kost het nu totaal geen moeite om in te slapen en
we hebben daarna dan ook hoegenaamd geen last van jetlag.
Hoewel de eerste week in Peru door de wegblokkades en de daardoor
geannuleerde reisonderdelen zwaar tegenviel, hebben de week in Cusco en
de Sacred Valley en de aansluitende reis naar het regenwoud de vakantie
toch zeer de moeite waard gemaakt.
De door PeruOnline verzorgde
rondreis van de eerste twee weken kostte 2000 euro voor 2 personen,
exclusief vlucht en exclusief verzekeringen. Ondanks het afsluiten van
een
annuleringsverzekering van zo'n 200 euro (ook via PeruOnline, bij De Europeesche), heeft de
verzekeringsmaatschappij voor de geannuleerde reisonderdelen niets
uitgekeerd omdat de voorgevallen incidenten niet onder de dekking
zouden vallen. Na het per e-mail melden van alle gebeurtenissen bij PeruOnline en een aansluitend
telefoongesprek, hebben we uiteindelijk 153 euro teruggekregen. Dit
betrof een vergoeding voor het niet bezoeken van de ruïnes van Pisaq
tijdens de busreis naar Ollantaytambo, terwijl dat bij het boeken van
de reis wel aangekondigd was; teruggave van de kosten voor de Kapuly lodge omdat deze achteraf
gezien niet
voldoet aan de eisen van PeruOnline
en er meer klachten over binnengekomen waren; en vermoedelijk een
restant van het teruggevorderde geld voor de annulering van de trip
naar Colca Canyon, maar dat heeft men ons verder niet verteld.
Overigens hebben we diverse extra kosten moeten maken om de extra dagen
in Arequipa te overbruggen en voor de vlucht naar Cusco, dus per saldo
blijven de gemaakte kosten ongeveer gelijk aan het aanvankelijk
betaalde bedrag.
Op basis van de opgedane ervaringen zou ik een volgende keer wel twee
keer
nadenken alvorens een annuleringsverzekering af te sluiten. Ook zou ik
kijken of het mogelijk is een dergelijke rondreis wat flexibeler en
minder strak te plannen, zodat je bij calamiteiten wat meer
uitwijkmogelijkheden hebt. Mogelijk zou ik zelfs overwegen om helemaal
niet vooruit te boeken maar alles ter plekke te regelen, op het gevaar
af een groot deel van de vakantie bezig te zijn met het zoeken van
hotels en het regelen van vervoer en excursies.
Wat de bezochte steden betreft is Lima het minst uitnodigend. Los van
het sombere weer is het een vieze, grijze, onaantrekkelijke stad; er
zijn wel aardige plekjes, maar voor zo'n grote stad zijn het er niet
veel en je moet ze weten te vinden. Arequipa is al wat aantrekkelijker,
ook door het lichte vulkaansteen waarvan de meeste gebouwen gemaakt
zijn. Als je een beetje je best doet kun je in pakweg drie dagen alle
bezienswaardigheden binnen en buiten de stad bezoeken. Cusco is van
deze drie steden veruit de mooiste, hoewel de straatverkoop door
kinderen er het hardnekkigst is. Ook wat bezienswaardigheden en
eetgelegenheden betreft waren we in Cusco het best af.
Peru kent vele nationale musea die allemaal zo'n beetje hetzelfde te
bieden hebben: veel keramiek en verder textiel, schilderingen en
voorwerpen (met name grafgiften) van de diverse Inca-culturen die Peru
rijk geweest is, gecompleteerd door enkele mummies. De nationale musea
van Lima en Cusco
zijn vrij uitgebreid en geven een goed totaalbeeld. Verder zijn er wat
gespecialiseerde musea, waarbij met name Museo
Santuarios Andinos in Arequipa met als onderwerp de Inca-mummie Juanita en de Tumbas Reales de Sipan in
Lambayeque eruit springen.
De ruïnes in de Sacred Valley zijn allemaal indrukwekkend en een
goede gids kan daar zelfs nog wat extra's aan geven. Machu Picchu staat
uiteraard onbedreigd bovenaan, maar voor ons komen de ruïnes van Pisaq
op de tweede plaats, misschien wel dankzij de uitstekende gids die we
daar hadden. Sacsayhuaman en Ollantaytambo sluiten de rij in die
volgorde, maar daar hadden we dan ook geen gids tot onze beschikking.
De trip naar het regenwoud tenslotte was een ongelofelijke belevenis.
De enige
manier om te weten hoe dat is, is door er zelf heen te gaan. De
combinatie van de vochtige warmte, de geuren, het geluid en de enorme
verscheidenheid aan planten, bomen, insecten (mieren!) en ga zo maar
door, is alleen te ervaren door dit aan den lijve te ondervinden.
Helaas konden we er slechts drie dagen doorbrengen.
Na het aanklikken van een link hierboven, krijg je een overzicht met
de foto's van het desbetreffende reisonderdeel. In dit overzicht kun je
met de pijltjes naar de overzichten van het volgende en vorige
reisonderdeel en terug naar deze pagina. Ook kun je een foto in het
overzicht aanklikken, dan krijg je een groter formaat te zien (800x600
pixels). In het dan getoonde scherm kun je met de pijltjes naar de
volgende en vorige foto en terug naar het overzicht. De originele
foto's zijn nog groter (2272x1704 pixels). Mocht je hierin
geïnteresseerd zijn of heb je vragen, opmerkingen of aanvullingen,
stuur dan een mailtje naar pbmvw@compuserve.com.
Veel lees- en kijkplezier,
Peter Boersma